werktijdverkorting: tijdelijk minder werken

Werktijdverkorting is het tijdelijk verkorten van de werktijd van werknemers in verband met gebeurtenissen en ontwikkelingen die niet meer tot het normale bedrijfsrisico gerekend kunnen worden, zoals een brand, epidemie of overstroming.

op deze pagina

    Bedrijven die hiervoor in aanmerking komen, hebben de mogelijkheid de werknemer(s) tijdelijk minder te laten werken tegen evenredige vermindering van het loon. De werknemers krijgen dan loon uitbetaald over het gewerkte aantal uren. Over de niet-gewerkte uren ontvangen ze een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW).

    vergunning tot werktijdverkorting aanvragen

    Een werkgever die tijdelijk de werktijd van zijn personeel wil verkorten, moet bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een vergunning voor werktijdverkorting aanvragen. Deze vergunning geldt maximaal zes weken. Als de situatie binnen zes weken verbetert, kunnen de werknemers weer gewoon aan het werk. Is er nog geen verbetering, dan kan de werkgever verlenging van de vergunning aanvragen bij het ministerie van SZW.

    Een bedrijf komt alleen in aanmerking voor een dergelijke vergunning als:

    • er sprake is van buitengewone omstandigheden die in redelijkheid niet tot het normale ondernemersrisico kunnen worden gerekend, en
    • gedurende ten minste twee kalenderweken, maar gedurende maximaal 24 kalenderweken, ten minste 20% van de aan werkgever ter beschikking staande arbeidscapaciteit niet kan of naar verwachting niet zal kunnen worden benut.

    De ontheffing wordt niet verleend:

    • over perioden voorafgaand aan de datum waarop de aanvraag voor ontheffing is ontvangen
    • als de werkgever zijn personeelsbestand niet heeft aangepast aan de hoeveelheid mensen die nodig is om onder de gewijzigde omstandigheden te kunnen produceren
    • als de vermindering van werkzaamheden samenhangt met een werkstaking in de betreffende of in een andere onderneming. Hierop geldt een uitzondering: als de werktijdverkorting de werkstaking naar verwachting niet zal beïnvloeden.

    Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt de bestaande regeling voor werktijdverkorting soms ook open voor bijzondere gebeurtenissen. Bijvoorbeeld wanneer land- en tuinbouwbedrijven direct zijn getroffen door noodweer en daardoor minder werk hebben.

    gevolgen van werktijdverkorting voor de werknemer

    De werknemers blijven voor de duur van de werktijdverkorting volledig bij de werkgever in dienst. UWV zal de WW-uitkering voor werknemers die aan de voorwaarden voldoen dan ook aan de werkgever overmaken. Meestal merken de werknemers financieel dus weinig van de werktijdverkorting: zij ontvangen gewoon hun loon. In de cao of arbeidsovereenkomst kunnen nadere afspraken over deze betaling zijn opgenomen.

    inschrijven bij UWV

    Gedurende de eerste periode (zes weken) van werktijdverkorting is de werknemer niet verplicht zich voor ander werk bij UWV in te schrijven, al is dat wel raadzaam. Als de werkgever echter een verlengingsvergunning heeft aangevraagd en gekregen én de werknemer voor de volledige werktijd een WW-uitkering ontvangt, moet de werknemer op zoek naar een (tijdelijke) baan bij een andere werkgever. Uiterlijk op de tweede dag na de verlening van de verlengingsvergunning moet de werknemer ingeschreven staan bij UWV.

    aanvragen werktijdverkorting

    Een bedrijf kan werktijdverkorting aanvragen bij de directie UAW van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Zodra de werkgever de vergunning heeft, kan hij voor zijn werknemers voor de niet-gewerkte uren een WW-uitkering aanvragen bij UWV via het formulier ‘Melding werktijdverkorting’.

    De productie moet in principe binnen 24 weken volledig zijn hersteld. Eventueel wordt de werktijdverkorting verlengd met nog een periode van zes weken, op voorwaarde dat herstel in die periode wordt gegarandeerd.