Arbeidstijdenwet (ATW)

In de Arbeidstijdenwet (ATW) zijn regelingen opgenomen op het gebied van arbeids- en rusttijden, zowel voor bedrijven als voor de (semi-)overheid. Die regels zijn er met het oog op gezondheid, veiligheid en welzijn, maar ook om werk en privé te kunnen combineren. De handhaving van de regels berust bij de Inspectie SZW. 

op deze pagina

    inhoud ATW

    De ATW stelt een aantal normen voor maximale werktijden, minimale rusttijden, nachtarbeid, pauzes, overwerk en oproepdiensten. De wet geldt in principe voor iedereen die voor een werkgever werkt, dus voor alle werknemers van 18 jaar en ouder, inclusief stagiairs, uitzendkrachten en gedetacheerden. In een aantal gevallen geldt de Arbeidstijdenwet ook voor zelfstandigen. Het gaat dan om situaties waarin ook de veiligheid van derden in het geding is, zoals in de vervoerssectoren. Voor bepaalde beroepen en situaties gelden uitzonderingen; die zijn geregeld in het Arbeidstijdenbesluit. Voor kinderen en jongeren tot 18 jaar en voor zwangere of pas bevallen werkneemsters gelden aparte regels. Alleen bij collectieve regeling, bijvoorbeeld een cao, is het mogelijk om van de ATW af te wijken of om nadere afspraken te maken.

    verplichtingen ATW voor de werkgever

    De Inspectie SZW noemt een aantal verplichtingen die de werkgever heeft op grond van de Arbeidstijdenwet:

    • Hij moet een deugdelijke registratie van de gewerkte uren bijhouden, waaruit de Inspectie SZW moet kunnen afleiden of de Arbeidstijdenwet is nageleefd.
    • In de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en het plan van aanpak moet hij nadrukkelijk aandacht besteden aan de arbeidstijden, de risico’s die deze mogelijkerwijs inhouden en de manier waarop die risico’s moeten worden teruggedrongen.
    • De werkgever moet over zijn beleid overleggen met de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of – als die er niet is – met de betrokken werknemers.
    • In zijn beleid moet hij rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van zijn werknemers, voor zover dat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Daarbij gaat het om zorgtaken, maar ook om andere verantwoordelijkheden, zoals scholing en vrijwilligerswerk.
    • Hij moet het arbeidstijdenpatroon van de werknemers schriftelijk vastleggen. Iedere werknemer moet dit kunnen inzien.
    • Veranderingen in het arbeidstijdenpatroon, bijvoorbeeld het rooster, moet de werkgever tijdig van tevoren aan de werknemers bekendmaken. De termijn kan bij collectieve regeling of individuele afspraak worden vastgelegd. Zijn er geen afspraken gemaakt, dan geldt de wettelijke regeling dat de werkgever de werknemer 28 dagen van tevoren moet informeren. Als de aard van de arbeid daartoe noodzaakt, mag de werkgever de wekelijkse rusttijd en zondagsrust 28 dagen van tevoren en de arbeidstijden uiterlijk vier dagen van tevoren bekendmaken.

    het Arbeidstijdenbesluit: uitzonderingen op de ATW

    Naast de ATW bestaat het Arbeidstijdenbesluit. Hierin staan algemene uitzonderingsmogelijkheden voor bijzondere situaties en aanvullingen op de wet. Er zijn algemene uitzonderingen die gelden voor bepaalde werknemers en bepaalde situaties. De toepassing van deze regels is, mits aan de voorwaarden wordt voldaan, niet gebonden aan een bepaalde sector. Daarnaast zijn er aanvullende regels voor verschillende sectoren.

    hogere inkomens

    Voor werknemers die ten minste driemaal het minimumloon verdienen (€ 55.857,60 bruto per jaar, voor parttimers naar rato) geldt de Arbeidstijdenwet gedeeltelijk niet. Zo hoeft de werkgever voor hen geen urenregistratie bij te houden omdat de grenzen van arbeidstijden, rusttijden, pauzes en werk op zondag niet gelden. Dit tenzij het gevaarlijk werk, nachtdienst of werk door niet-leidinggevenden in de mijnbouw betreft.

    algemene uitzonderingen

    De Arbeidstijdenwet is (deels) niet van toepassing als bijvoorbeeld sprake is van een onvoorziene gevaarlijke situatie waarbij het naleven van de wet adequaat handelen zou belemmeren. Ook als de naleving van de regels het handhaven van de openbare orde zou verstoren, geldt de wet niet. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij inlichtingen- en veiligheidsdiensten van de overheid en de politie.

    beroepen

    Ook voor sommige vormen van werk of beroepen geldt de Arbeidstijdenwet niet of gedeeltelijk niet. Denk bijvoorbeeld aan de regels voor zondagsarbeid in combinatie met mensen die een geestelijk ambt binnen de kerk hebben. Belangrijke andere uitzonderingen zijn:

    • mensen die vrijwilligerswerk verrichten
    • beroepssporters
    • wetenschappelijk onderzoekers
    • gezinshuisouders (een vorm van pleegouderschap waarbij men in dienst is van een jeugdzorginstelling)
    • podiumkunstenaars
    • medisch en tandheelkundig specialisten, verpleeghuisartsen, huisartsen en sociaal geneeskundigen
    • begeleiders van school- en vakantiekampen
    • medewerkers inlichtingen- en veiligheidsdiensten van de overheid en de politie
    • militair personeel bij inzet en bij oefeningen

    bijzondere sectoren

    Voor onder meer de zorgsector, de brandweer, de mijnbouw, de binnen- en zeescheepvaart, de zeevisserij en het wegvervoer zijn afwijkende regels opgenomen in het Arbeidstijdenbesluit en Arbeidstijdenbesluit Vervoer. Deze sectoren hebben zowel met de algemene regels als met de aparte sectorregels te maken. Hierover is meer informatie te verkrijgen bij de Inspectie SZW en het ministerie van SZW.

    handhaving ATW door de Inspectie SZW

    De Inspectie SZW, de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) voor de vervoerssectoren en het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) controleren of iedereen zich aan de Arbeidstijdenwet houdt. Zo kan de werkgever niet van zijn personeel eisen om buiten de wettelijke regels om te werken. Werknemers moeten er zelf ook op letten dat die normen niet worden overschreden. Tot slot heeft de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging de taak erop te letten dat de wet wordt nageleefd. Werknemers die vermoeden dat hun werkgever de regels niet naleeft, kunnen hun ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging informeren.

    handhaving en sanctiebeleid

    De Inspectie SZW, de ILT en SodM kunnen bij overtreding een waarschuwing geven of sancties opleggen zoals boetes en stilleggen van het werk. Welk(e) middel(en) de betreffende inspecteur inzet, is afhankelijk van de wet die wordt overtreden en de ernst van de overtreding. Als er geen ernstige overtreding is aangetroffen, kan de inspecteur met de werkgever afspreken hoe en wanneer de overtreding moet zijn opgeheven. Ook kan de inspecteur een schriftelijke waarschuwing geven, of een ‘eis tot naleving van de wet’ stellen. Hij geeft daarbij aan binnen welke termijn de overtreding moet zijn opgeheven. Als wel sprake is van een ernstige overtreding kan de Inspectie SZW onder meer overgaan tot een boete, stillegging van het werk of een proces-verbaal.

    Meer informatie over de handhaving en het boetebeleid staat op de website van de Inspectie SZW. U kunt ook bellen met Informatie Rijksoverheid, telefoonnummer 1400 of kijken op Ondernemersplein.nl.

    arbeidstijden voor werknemers van 18 jaar en ouder

    tabel5_online_werkpocket_wetenegelgeving_2017