zwangerschaps- en bevallingsverlof

Een werkneemster heeft in verband met haar bevalling recht op betaald zwangerschaps- en bevallingsverlof van minimaal zestien weken. Tijdens dat verlof heeft zij recht op een uitkering ter hoogte van 100% van haar salaris (tot het wettelijk maximumdagloon). Ook bouwt ze tijdens het verlof gewoon vakantiedagen op.

op deze pagina

    Alleen vrouwen met een arbeidsovereenkomst hebben recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof en op de daaraan gerelateerde uitkering.

    Thuiswerksters en vrouwen met een ZW-, WW- of loongerelateerde WGA-uitkering hebben geen recht op verlof (zij hebben immers formeel geen werkgever) maar wel op een uitkering.
    Voor vrouwelijke zelfstandigen bestaat een speciale zwangerschaps- en bevallingsuitkering van minimaal zestien weken.

    Sinds 1 april 2016 krijgen vrouwen die in verwachting zijn van een meerling tot vier weken extra zwangerschapsverlof.

    duur zwangerschaps- en bevallingsverlof

    De werkneemster heeft altijd recht op minstens zestien weken verlof, waarvan er minimaal tien weken na de bevalling moeten vallen (het bevallingsverlof). De werkneemster kan tussen zes tot vier weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum stoppen met werken (dit is het zwangerschapsverlof). Zij mag in ieder geval niet werken vanaf vier weken voor die datum. Als de werkneemster na de bevalling eerder wil beginnen met werken, dan mag dat. Maar ze moet na haar bevalling ten minste zes weken rust houden.

    De werkneemster is zes weken van tevoren gestopt met werken. De baby is twee weken te laat geboren. Er worden dan twee weken opgeteld bij de tien verlofweken die nog over zijn. In dit geval heeft de werkneemster in totaal geen zestien maar achttien weken zwangerschaps- en bevallingsverlof.

    in delen opnemen

    De werkneemster kan de laatste periode van het bevallingsverlof in delen opnemen. Dit gaat om het bevallingsverlof dat overblijft vanaf zes weken na de datum van de bevalling. Dit deel van het verlof kan de werkneemster, in overleg met de werkgever, gespreid opnemen over een periode van maximaal dertig weken. Het verzoek om dit verlof op te nemen moet zij uiterlijk drie weken na de bevallingsdatum bij haar werkgever indienen. De totale duur van het verlof verandert niet. Ook de uitkering en de manier van uitbetaling blijven hetzelfde.

    langdurige ziekenhuisopname van het kind

    Het bevallingsverlof kan bij langdurige ziekenhuisopname van het kind maximaal tien weken langer duren. Zo heeft de moeder de gelegenheid het kind een aantal weken thuis te verzorgen.

    overlijden

    Als de moeder overlijdt tijdens het bevallingsverlof, kan de partner het overblijvende verlof overnemen. Dit is ook mogelijk als de moeder geen recht had op bevallingsverlof. Het gaat dan om verlof voor de periode tot tien weken na de bevalling. De partner heeft dit recht ook als de moeder zelfstandige was.

    aanvraag zwangerschaps- en bevallingsverlof

    De werkneemster vraagt het verlof minimaal drie weken voor de gewenste ingangsdatum aan bij de werkgever. Zij geeft een verklaring van de verloskundige of de arts, waarin de vermoedelijke bevallingsdatum staat vermeld.

    De werkgever moet het verlof vervolgens op zijn vroegst vier weken en uiterlijk twee weken voor de ingangsdatum bij UWV aanmelden, via de Verzuimmelder op het Werkgeversportaal of via Digipoort (beide op UWV.nl).

    De uitkering kan worden uitbetaald via de werkgever of rechtstreeks door UWV.

    De werkgever moet de zwangerschapsverklaring in zijn administratie bewaren. UWV kan er tot een jaar na de einddatum van de zwangerschapsuitkering om vragen.

    ziekte tijdens het verlof

    Als de werkneemster voorafgaand aan het zwangerschapsverlof of na het bevallingsverlof ziek is vanwege haar zwangerschap of bevalling, heeft zij recht op een Ziektewetuitkering. De werkgever loopt in dat geval geen risico. Deze uitkering is 100% van het dagloon (tot het wettelijk maximumdagloon) en duurt maximaal twee jaar. Wordt de ziekte niet door de zwangerschap veroorzaakt, dan gelden de normale regels voor loondoorbetaling bij ziekte.

    geen ontslag mogelijk

    Een werkneemster kan niet ontslagen worden als ze zwanger is. Ook tijdens het verlof en de eerste zes weken na het bevallingsverlof mag ze niet worden ontslagen. Alleen in speciale gevallen is ontslag mogelijk. Daarnaast mag zwangerschap nooit een reden zijn om:

    • een kandidaat af te wijzen tijdens een sollicitatie. Zij hoeft in een sollicitatiegesprek niet te zeggen dat ze zwanger is
    • een werkneemster te ontslaan tijdens haar proeftijd
    • het contract van een werkneemster niet te verlengen