ouderschapsverlof

Ouders en verzorgers die hun werk – geheel of gedeeltelijk – willen onderbreken om zich aan de opvoeding van hun kinderen te wijden, kunnen daarvoor onbetaald ouderschapsverlof opnemen. Ook heeft de partner van de moeder recht op drie dagen onbetaald ouderschapsverlof bij de geboorte van een kind.

op deze pagina

    Over de verlofuren betaalt de werkgever in principe geen loon. Het kan zijn dat in de cao of aanvullende arbeidsvoorwaarden wel een betaling is geregeld. Dat verschilt per sector en organisatie.

    recht op ouderschapsverlof

    Werknemers die ouder of verzorger zijn van een kind tot 8 jaar hebben recht op ouderschapsverlof. Het recht op ouderschapsverlof geldt voor beide ouders/verzorgers. Ook werknemers die hun dienstverband in het buitenland vervullen, hebben dat recht. Alleen kan de werkgever in dit geval het verzoek om verlof, bij wijze van grote uitzondering, afwijzen.

    Het recht op ouderschapsverlof geldt voor ieder kind. Werknemers kunnen dus per kind, waar zij ouder of verzorger van zijn, ouderschapsverlof opnemen. Dit geldt ook voor werknemers die vader of moeder worden van een meerling of die meerdere kinderen tegelijk adopteren. In het geval een werknemer, als pleeg- of stiefouder, in één keer de zorg voor een aantal kinderen op zich neemt, heeft hij slechts recht op één keer ouderschapsverlof. Er bestaat geen recht op verdubbeling van het ouderschapsverlof bij een tweeling.

    geboorte kind

    De partner van de moeder heeft bij de geboorte van het kind recht op drie dagen ouderschapsverlof.

    duur en aanvraag van ouderschapsverlof

    Het ouderschapsverlof duurt 26 weken. Tot 1 januari 2009 was dit nog dertien weken. Wie voor die datum al (gedeeltelijk) ouderschapsverlof heeft opgenomen, kan voor dat kind geen aanspraak maken op de extra weken. De werknemer mag zelf bepalen hoe hij het ouderschapsverlof verdeelt en opneemt.

    Het is mogelijk om meteen na indiensttreding (een deel van het) ouderschapsverlof aan te vragen. De werknemer moet het verlof ten minste twee maanden van tevoren schriftelijk bij de werkgever aanvragen. De werkgever kan ouderschapsverlof in principe niet weigeren. Als zijn bedrijf daardoor in ernstige problemen zou komen kan hij verlangen dat de werknemer een andere verdeling van de verlofuren maakt.

    korting op toeslagen

    De werknemer moet er rekening mee houden dat de zogeheten inkomensafhankelijke regelingen zijn gekoppeld aan het salaris. Denk hierbij aan de huur-, kinderopvang- en zorgtoeslag, thuiszorg, studiefinanciering en tegemoetkoming in de schoolkosten.
    Door verlof op te nemen – en dus vrijwillig afstand te doen van het inkomen – kan men het recht op dergelijke toeslagen verspelen. Meer informatie hierover is verkrijgbaar bij de instanties die de regelingen uitvoeren.

    na het ouderschapsverlof

    De werkgever moet, op verzoek van de werknemer, een verklaring afgeven van de resterende aanspraak op ouderschapsverlof.

    Na afloop van het verlof moet de werknemer weer het oude aantal uren gaan werken, tenzij hij andere afspraken met zijn werkgever maakt. Bovendien kan een werknemer die het recht op ouderschapsverlof volledig heeft gebruikt de werkgever verzoeken om tijdelijke aanpassing van zijn werkpatroon in verband met de zorg voor het kind. Het verzoek moet drie maanden voor afloop van het verlof bij de werkgever worden ingediend. De werkgever is verplicht uiterlijk vier weken voor de afloop van het ouderschapsverlof hierop te beslissen.

    Daarnaast kunnen medewerkers op grond van de Wet flexibel werken (Wfw) vragen om aanpassing van de arbeidstijden, arbeidsduur en arbeidsplaats. De Wfw is per 1 januari 2016 in werking getreden en heeft de Wet aanpassing arbeidsduur (WAA) vervangen.