opname van vakantiedagen

De werknemer moet ieder jaar de vakantiedagen kunnen opnemen waar hij minimaal recht op heeft. In veel gevallen bepaalt de werknemer dat in goed overleg met zijn werkgever. Alleen als de werkgever de vakantieperiodes voor zijn bedrijf al heeft vastgelegd, moet de werknemer zich daaraan houden.

op deze pagina

    Werknemers die langdurig weinig vakantiedagen opnemen, kunnen ze in bepaalde gevallen afkopen. In dat geval wordt de ‘vrije tijd’ omgezet in geld. Gaat de werknemer uit dienst, dan gelden bepaalde regels voor het opnemen van zijn resterende vakantiedagen.

    vakantiedagen opnemen

    De werkgever stelt in principe de tijdstippen van aanvang en einde van de vakantie in overeenstemming met de wensen van de werknemer vast. Als de werkgever niet binnen twee weken na ontvangst van de vakantiewensen zijn bezwaren (schriftelijk) kenbaar heeft gemaakt, is de vakantie vastgesteld. Voor extra vakantiedagen die boven op het wettelijke minimum komen, kan eventueel een andere termijn gelden. Maar dat moet dan wel van tevoren schriftelijk zijn vastgelegd.

    Werkgevers moeten in principe instemmen met de vakantiewensen van de werknemer. Hierop gelden twee uitzonderingen:

    • als er een collectieve vakantie is vastgesteld (zoals de bouwvakantie en de schoolvakanties) of als hierover afspraken in de arbeidsovereenkomst staan
    • als de vakantiewens grote problemen oplevert voor de bedrijfsvoering. In dat geval moet de werknemer akkoord gaan met een andere vakantieperiode

    In de bouw en het onderwijs komt het voor dat werknemers een groot deel van de vakantiedagen verplicht tijdens een vooraf bepaalde periode moeten opnemen. De resterende dagen kunnen zij als snipperdagen opnemen of voor een kortere vakantie in een andere periode van het jaar.

    problemen bedrijfsvoering

    Het is mogelijk dat de vakantie van de werknemer grote problemen voor de bedrijfsvoering oplevert. In dat geval moet de werkgever de werknemer (die voldoende vakantiedagen heeft opgebouwd) wel de mogelijkheid geven in ieder geval een keer per jaar minimaal twee weken achter elkaar of tweemaal een week vakantie op te nemen.

    opname vakantie in uren

    Het is mogelijk om vakantiedagen in uren op te nemen. Dit geldt alleen voor de vakantiedagen die de werknemer over heeft na aftrek van een minimum van twee weken aaneengesloten vakantie of tweemaal een vakantie van een week.

    vakantiedagen afkopen of uitruilen

    De werkgever mag alleen de dagen boven de wettelijk vastgestelde twintig vakantiedagen per jaar (de bovenwettelijke vakantiedagen) afkopen. De werknemer krijgt dan geld in ruil voor de opgespaarde vakantiedagen. Neemt de werknemer minder dan het wettelijk minimumaantal vakantiedagen op, dan kan hij de resterende minimumvakantiedagen in het daaropvolgende jaar niet afkopen.

    De werkgever is niet verplicht om vakantiedagen af te kopen. Andersom is de werknemer ook niet verplicht om zijn dagen te verkopen als de werkgever dat wil.

    De werknemer kan zijn bovenwettelijke vakantiedagen ook ruilen voor andere arbeidsvoorwaarden. Over deze uitruil moet hij met zijn werkgever afspraken maken die schriftelijk vastgelegd moeten worden.

    Een werkneemster heeft tijdens haar zwangerschapsverlof gewoon vakantiedagen opgebouwd. Omdat ze voldoende heeft aan haar verlof, wil ze in plaats daarvan liever een cursus volgen of die dagen uitbetaald krijgen. Zij kan hierover afspraken maken met haar werkgever.

    vervallen van vakantiedagen

    Werknemers moeten hun wettelijke (minimumaantal) vakantiedagen opnemen binnen zes maanden na het opbouwjaar. Daarna komen deze dagen te vervallen. Ongebruikte vakantiedagen uit 2015 komen dus op 1 juli 2016 te vervallen. Deze regeling is per 1 januari 2012 van kracht geworden. Voorheen verjaarden vakantieaanspraken pas na vijf jaar. Vakantiedagen die vóór 1 januari 2012 zijn opgebouwd, vervallen niet.

    De maximale vervaltermijn van anderhalf jaar geldt overigens niet voor werknemers die redelijkerwijs niet in staat zijn geweest om vakantie op te nemen. Daarnaast kunnen werkgever en werknemer in onderling overleg (bijvoorbeeld bij cao) de vervaltermijn verlengen. De bovenwettelijke vakantiedagen vallen buiten dezeregeling; deze verjaren na vijf jaar.

    vakantiedagen bij het einde van de arbeidsovereenkomst

    Bij het einde van de arbeidsovereenkomst kan de werknemer zijn vakantiedagen in goed overleg met de werkgever meestal nog opnemen voordat hij vertrekt. De werkgever mag van de werknemer verlangen dat hij tot het einde van de arbeidsovereenkomst blijft werken. Daar moeten dan wel zwaarwegende argumenten voor zijn, bijvoorbeeld als er geen vervanging te regelen is.

    uitbetaling

    Wie zijn vakantiedagen niet heeft kunnen opnemen voordat zijn arbeidsovereenkomst afloopt, krijgt deze na afloop door de werkgever uitbetaald. De werkgever is dan verplicht een verklaring te geven over het aantal uitbetaalde dagen. De werknemer kan vervolgens met die verklaring bij zijn volgende werkgever onbetaald vakantie opnemen. Deze is verplicht om de vrije dagen toe te staan.