Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)

Als een werknemer ziek wordt, moet de werkgever hem eerst twee jaar lang loon doorbetalen. Tijdens die periode moeten werkgever en werknemer samen hun uiterste best doen de werknemer zo snel mogelijk weer aan de slag te krijgen. Als een werknemer na twee jaar ziekte zijn eigen werk voor een deel of helemaal niet meer kan doen, kan hij in aanmerking komen voor een uitkering volgens de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).

op deze pagina

    De gedifferentieerde premie Whk komt volledig voor rekening van de werkgever. Werkgevers kunnen ervoor kiezen het financiële risico van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid zelf te dragen en zich eventueel bij een private verzekeraar te verzekeren.

    soorten WIA-uitkeringen

    Er zijn twee soorten WIA-uitkeringen:

    • de WGA-uitkering (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten)
    • de IVA-uitkering (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten)

    Een eventuele aanvraag voor de WIA moet uiterlijk in de 93e week van de ziekte van de werknemer bij UWV zijn ingediend. Dan volgt een keuring door UWV. Hierbij kijkt UWV onder andere naar wat de zieke werknemer heeft gedaan om weer aan het werk te gaan. Ook gaan de arts en de arbeidsdeskundige van UWV een gesprek aan met de zieke werknemer. Daarna beslist UWV wat de restverdiencapaciteit van de werknemer is en welke uitkering hij krijgt.

    In sommige gevallen kan een keuring voor de WIA al na dertien weken plaatsvinden. Het gaat dan alleen om mensen die niet meer kunnen werken en voor wie het volledig duidelijk is dat herstel niet waarschijnlijk is. Deze aanvraag op een vervroegde IVA-uitkering is slechts eenmaal mogelijk.

    geen uitkering

    Het is ook mogelijk dat de werknemer geen recht heeft op een WIA-uitkering. Dat is het geval als de werknemer nog minstens 65% van zijn oude loon kan verdienen. De werkgever kan dan bepalen of hij de werknemer aan het werk kan houden, in de eigen organisatie of ergens anders. Er zijn na twee jaar arbeidsongeschiktheid ook mogelijkheden om de werknemer te ontslaan.

    IVA-uitkering

    De werknemer heeft recht op een IVA-uitkering als hij:

    • niet meer dan 20% van zijn laatstverdiende loon kan verdienen en
    • weinig kans heeft om beter te worden

    Hij is dan volledig en duurzaam arbeidsongeschikt.

    De hoogte van de IVA-uitkering is 75% van het laatstverdiende loon (maximaal € 207,60 per dag). De IVA-uitkering duurt zolang de werknemer volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en maximaal totdat de werknemer de AOW-leeftijd bereikt of in aanmerking komt voor een WGA-uitkering.

    WGA-uitkering

    De werknemer heeft recht op een WGA-uitkering als hij:

    • volledig arbeidsongeschikt is, maar er kans op herstel bestaat; of
    • gedeeltelijk arbeidsgeschikt is en nog een loon kan verdienen tussen de 20% en 65% van het oude loon

    Er zijn drie verschillende WGA-uitkeringen:

    • de loongerelateerde uitkering
    • de loonaanvullingsuitkering
    • de vervolguitkering
    • loongerelateerde uitkering
      Om voor de loongerelateerde WGA-uitkering in aanmerking te komen moet men voor minstens 35% arbeidsongeschikt zijn en in 26 van de laatste 36 weken voordat men arbeidsongeschikt werd, gewerkt hebben (referte-eis).Deze tijdelijke uitkering is gebaseerd op het vroegere loon, het arbeidsverleden en het loon dat men nu verdient. Deze uitkering duurt afhankelijk van het arbeidsverleden minimaal drie maanden en maximaal drie jaar en twee maanden (38 maanden).De WGA-regeling heeft als uitgangspunt dat (meer) werken moet lonen. Als de werknemer niet werkt, krijgt hij de eerste twee maanden een loongerelateerde uitkering van 75% van het laatstverdiende loon (maximaal € 207,60 per dag) en daarna 70%. Als de werknemer wel werkt, wordt 75% van die inkomsten gekort op de uitkering (die ook 75% is van het dagloon).
    • loonaanvullingsuitkering
      Als de loongerelateerde uitkering is afgelopen, komt de loonaanvullingsuitkering. Deze uitkering hangt af van hoeveel de werknemer op dat moment verdient. Deze verdiensten worden tot het bereiken van de AOW-leeftijd elke maand bekeken.
    • vervolguitkering
      Verdient de werknemer minder dan 50% van zijn verdiencapaciteit, dan krijgt hij (boven op zijn eventuele loon) een vervolguitkering waarbij niet meer direct rekening wordt gehouden met wat hij vroeger verdiende. De uitkering is dan een bepaald percentage van het minimumloon, waarbij het percentage afhankelijk is van de arbeidsongeschiktheidsklasse waarin hij zit. Deze uitkering is dus vrijwel altijd lager dan de loongerelateerde uitkering. Wie onder het sociaal minimum komt, kan in aanmerking komen voor een toeslag. Deze moet bij UWV worden aangevraagd.

    wachttijd voor de WIA

    De wachttijd voor de WIA is 104 weken. Men kan deze wachttijd niet verlengen, maar de werkgever kan wel langer het loon doorbetalen, zodat de werknemer later een aanvraag kan doen voor de WIA-uitkering. Werkgever en werknemer kunnen hiertoe besluiten als het re-integratietraject bij de werkgever nog niet is afgerond. Zij kunnen daartoe het formulier ‘Aanvraag verlenging loondoorbetaling WIA’ van UWV invullen en opsturen.

    UWV kan de werkgever ook verplichten langer loon door te betalen, bijvoorbeeld als hij niet heeft voldaan aan de plichten rondom re-integratie. De werkgever moet dan maximaal een jaar langer loon doorbetalen.