Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 biedt begeleiding, dagbesteding en ondersteuning aan ouderen en mensen met een beperking zodat zij zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen.

op deze pagina

    De gemeenten zijn verantwoordelijk voor alle passende ondersteuning. Begeleiding en dagbesteding vielen tot en met 2014 nog onder de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten).

    hulp en ondersteuning via de Wmo

    Voorbeelden van hulp en voorzieningen die onder de Wmo 2015 vallen zijn:

    • hulp bij het huishouden, zoals opruimen, schoonmaken en ramen zemen
    • begeleiding (ondersteuning in het dagelijks leven)
    • aanpassingen in de woning zoals een traplift of een verhoogd toilet
    • vervoersvoorzieningen in de regio voor mensen die slecht ter been zijn en niet met het openbaar vervoer kunnen reizen (bijvoorbeeld de taxibus of een scootmobiel)
    • rolstoel als men deze voor langere tijd nodig heeft
    • maaltijdverzorging (ook wel warme maaltijdvoorziening of tafeltje dekje genoemd)
    • sociaal cultureel werk, zoals buurthuizen en subsidies aan verenigingen
    • maatschappelijke opvang, zoals blijf-van-mijn-lijfhuizen en daklozenopvang

    Daarnaast biedt de Wmo 2015 ondersteuning aan mensen die zich inzetten voor hun medemens of buurt. Het gaat bijvoorbeeld om mantelzorg en vrijwilligerswerk. Dat kan met:

    • materiële hulp
      een financiële tegemoetkoming of respijtzorg (vervangende zorg om de mantelzorger te ontlasten)
    • Wmo 2015: zorg in natura of persoonsgebonden budget (pgb)

    Wie in aanmerking komt voor hulp uit de Wmo 2015 kan deze op twee manieren regelen: via zorg in natura of via een persoonsgebonden budget (pgb). Bij zorg in natura regelt de gemeente de vorm van hulp of ondersteuning. Bijvoorbeeld wat voor soort rolstoel iemand krijgt of wie hem helpt in de huishouding. Wie zelf wil bepalen hoe hij de hulp krijgt waar hij recht op heeft, kan gebruikmaken van een persoonsgebonden budget (pgb). Dit is een geldbedrag waarmee men zelf de zorg of hulp kan inkopen die hij nodig heeft.

    hulp of ondersteuning aanvragen

    • Afhankelijk van de zorg die iemand nodig heeft, vraagt men de zorg in natura of het pgb aan bij het zorgkantoor, de zorgverzekeraar of de gemeente. Veel gemeenten hebben een speciaal Wmo-loket.
    • Iedere gemeente organiseert de ondersteuning op zijn eigen manier. In veel gemeenten komen sociale wijkteams waar mensen terecht kunnen met hun hulpvraag. Wat het wijkteam precies doet, verschilt per gemeente.
    • Een MEE-organisatie kan ook helpen bij een aanvraag. Vaak kan men een gesprek met de gemeente over ondersteuning via de Wmo 2015 ook aanvragen via www.regelhulp.nl.

    eigen bijdrage

    Gemeenten mogen voor de ondersteuning die zij bieden een eigen bijdrage vragen. De eigen bijdrage is afhankelijk van de leeftijd, het inkomen en het vermogen van de cliënt en diens partner. Het CAK int de eigen bijdrage.