de Werkloosheidswet (WW)

De Werkloosheidswet (WW) is bedoeld voor werknemers die hun baan hebben verloren, dan wel meer dan vijf uur of meer dan de helft van het aantal overeengekomen werkuren. Zij kunnen dan aanspraak maken op een WW-uitkering. De WW is vooral bedoeld als een tijdelijke uitkering om het verlies aan inkomen tussen twee banen op te vangen. Daarnaast hebben werknemers van wie de werkgever niet in staat is het loon te betalen, op basis van de WW recht op achterstallig loon over maximaal dertien weken.

op deze pagina

    aanvraag en uitvoering WW

    Wie een WW-uitkering wil aanvragen, moet zich uiterlijk twee dagen na aanvang van de werkloosheid als werkzoekende inschrijven via de website van UWV. Daarna kan men een WW-uitkering aanvragen. Dit moet binnen een week na de laatste werkdag gebeuren.

    recht op WW-uitkering

    Wie een WW-uitkering wil ontvangen, moet voldoen aan deze voorwaarden:

    • Hij is verzekerd voor de WW. Dit is meestal zo als hij bij een werkgever in dienst is of was.
    • Hij heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt.
    • Hij is werkloos. Volgens de WW is iemand werkloos als hij ten minste vijf arbeidsuren per week verliest en deze niet krijgt doorbetaald (of als hij minimaal de helft van het aantal arbeidsuren verliest bij een werkweek van minder dan tien uur).
    • Hij heeft de 36 weken vóór de eerste werkloosheidsdag in ten minste 26 weken in loondienst gewerkt (en voldoet dus aan de ‘26 uit 36 weken’-eis).
    • Hij is niet door eigen schuld werkloos geworden.
    • Hij is direct beschikbaar voor betaald werk. Hij mag dus geen afspraken maken voor onbetaalde activiteiten, als hij daardoor niet direct aan een nieuwe baan zou kunnen beginnen.
    • Hij heeft zich op tijd ingeschreven als werkzoekende bij UWV.
    • Er is geen reden tot uitsluiting. Reden tot uitsluiting is bijvoorbeeld het ontvangen van een Ziektewetuitkering of een arbeidsongeschiktheidsuitkering naar 80% tot 100% arbeidsongeschiktheid.

    voorschriften en verplichtingen WW-uitkering

    Wie een WW-uitkering heeft, is verplicht zo snel mogelijk weer aan het werk te gaan. Met een adviseur werk van UWV maakt de werkloze afspraken over het zoeken naar werk. Daarnaast moet hij zich aan een aantal voorschriften houden. Doet hij dat niet, dan kan de uitkering geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend geweigerd worden.

    Enkele verplichtingen van een werkloze zijn:

    • Hij moet beschikbaar zijn voor werk, voor minimaal het aantal uren waarvoor hij een WW-uitkering ontvangt.
    • Hij moet vanaf het moment dat hij weet dat hij werkloos wordt, gaan zoeken naar ander passend werk. Dit is de sollicitatieplicht. Wie passend werk krijgt aangeboden, moet dat aannemen.
    • Wie nog maar kort werkloos is, mag naar werk zoeken dat aansluit op zijn opleiding en werkervaring. Na een half jaar WW-uitkering wordt alle arbeid als passend gezien. Dit betekent dat het niveau of salaris van een baan geen belemmering meer mag zijn om die baan te accepteren of daarop te solliciteren.
    • Hij moet informatie over vakantie, ziekte, vrijwilligerswerk en eventuele wijzigingen in zijn persoonlijke situatie doorgeven aan UWV. Dat kan online via Mijn UWV.

    UWV controleert of de werkloze zich voldoende heeft ingespannen om aan het werk te komen. Als de werkloze de gemaakte afspraken niet is nagekomen, kan UWV hem korten op zijn uitkering of, in zeer ernstige gevallen, de uitkering stopzetten.

    geen sollicitatieplicht

    In bijzondere gevallen hoeft de werkloze tijdelijk niet te voldoen aan de sollicitatieplicht. Dat kan het geval zijn als de werkloze:

    • binnen een jaar vanaf zijn eerste WW-dag de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt
    • niet kan werken wegens onwerkbaar weer of werktijdverkorting
    • een opleiding volgt die UWV noodzakelijk vindt voor zijn re-integratie. Dan hoeft hij niet te solliciteren voor het aantal uren dat hij de opleiding volgt
    • met vakantie is met behoud van uitkering
    • met toestemming van UWV een eigen bedrijf begint
    • werkt bij een werkgever op basis van een proefplaatsing. Dan hoeft de werkloze niet te solliciteren voor het aantal uren dat hij bij die werkgever op proef werkt
    • mantelzorg verleent of vrijwilligerswerk doet met instemming van UWV

    duur van de WW-uitkering

    De duur van de WW-uitkering ligt tussen minimaal drie en maximaal 38 maanden. Hoe lang de uitkering in totaal duurt, is afhankelijk van het arbeidsverleden en wanneer men werkloos werd.

    Sinds 1 januari 2016 wordt de maximale duur van de WW-uitkering stap voor stap, met een maand per kwartaal, teruggebracht. Ook wordt de opbouw van het aantal maanden waarop recht bestaat, aangepast. Vanaf 2019 duurt de WW-uitkering dan maximaal twee jaar.

    Afhankelijk van de datum waarop een werknemer werkloos wordt, wordt de duur van het recht op uitkering anders berekend. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen:

    • werkloos voor 1 januari 2016
      De duur van deze uitkering is afhankelijk van het aantal jaren dat hij heeft gewerkt. De uitkering duurt in maanden even lang als het arbeidsverleden in jaren, met een maximum van drie jaar en twee maanden (38 maanden).
    • werkloos na 1 januari 2016
      In de eerste tien jaar van hun loopbaan bouwen werknemers per gewerkt jaar een maand WW-recht op. Daarna bouwen zij per gewerkt jaar een halve maand op. Vanaf 1 januari 2016 wordt de maximale duur van de uitkering korter en gaat er ieder kwartaal een maand vanaf. Vanaf 1 april 2019 duurt de WW-uitkering dan nog maximaal 24 maanden.

    Op Mijn UWV kan men zien hoeveel arbeidsverleden men heeft opgebouwd en hoe lang de uitkering dan waarschijnlijk gaat duren. 

    De WW-uitkering stopt met ingang van de eerste dag van de kalendermaand waarin de werknemer niet meer werkloos is. Iemand wordt als niet meer werkloos beschouwd als hij inkomen geniet dat meer dan 87,5% van het maandloon bedraagt. Het maandloon is 21,75 maal het dagloon waarop de uitkering is gebaseerd. Ook als de werkloze voor het volledige aantal uren een andere uitkering ontvangt, stopt de WW-uitkering.

    Tot slot stopt de uitkering als deze de einddatum heeft bereikt. De werkloze kan dan onder voorwaarden een beroep doen op de bijstand, de IOAW of de IOW. Als de werkloze de AOW-leeftijd bereikt, komt hij in aanmerking voor een AOW-uitkering.

    hoogte van de WW-uitkering

    De eerste twee maanden bedraagt de WW-uitkering 75% van het dagloon. Vanaf de derde maand is de hoogte van de uitkering 70% van het dagloon. Het dagloon is het loon dat men gemiddeld verdiende bij zijn werkgever (met een maximum van € 207,60 per dag).
    De hoogte van de WW-uitkering is niet gekoppeld aan het inkomen van de partner of andere gezinsleden. Ook het eigen vermogen heeft geen invloed op de hoogte van de WW-uitkering.

    Via de Rekenhulp WW op de website van UWV kunt u een indicatie krijgen van de hoogte van de WW-uitkering.

    inkomensverrekening

    Er geldt een inkomensverrekening in de WW. Dit betekent dat UWV het inkomen aanvult als men voor een lager inkomen dan het WW-maandloon gaat werken. Als de inkomsten uit werk per maand hoger zijn dan 87,5% van het WW-maandloon, stopt de WW-uitkering. Men moet iedere maand zijn inkomsten aan UWV doorgeven.

    sociaal minimum

    Als de WW-uitkering minder bedraagt dan het sociaal minimum, dan heeft men mogelijk recht op een toeslag volgens de Toeslagenwet (TW). Een aanvraag voor toeslag kan men tegelijk met de aanvraag voor een WW-uitkering doen.