uitkering voor oudere werklozen: IOAW en IOAZ

Voor oudere werklozen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt, bestaan drie soorten uitkeringen: de IOAW, de IOAZ en de IOW. De IOW (Wet inkomensvoorziening oudere werklozen) is een aparte inkomensvoorziening voor werklozen vanaf 60 jaar. De IOAW en de IOAZ zijn werkloosheidsregelingen. Dit betekent dat iemand met een IOAW- of IOAZ-uitkering (en ook zijn partner) verplicht is te zoeken naar betaald werk. Dat wil zeggen: inschrijven bij UWV, actief naar werk zoeken en passende arbeid aanvaarden. Ook aan een onderzoek naar scholingsmogelijkheden moet hij meewerken.

op deze pagina

    Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)

    Oudere werklozen kunnen na afloop van hun werkloosheidsuitkering een uitkering krijgen op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW).

    De IOAW wordt geleidelijk afgebouwd. Alleen mensen die geboren zijn voor 1965 kunnen dan nog een beroep doen op de IOAW.

    Iemand heeft recht op een IOAW-uitkering wanneer hij:

    • onvoldoende inkomen heeft om van te leven en
    • op of na zijn 50e werkloos is geworden en langer dan drie maanden WW-uitkering heeft gekregen op basis van het loon dat hij verdiende of
    • op of na zijn 50e recht heeft gekregen op een uitkering op grond van de regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en dit recht weer heeft verloren omdat hij bij de herkeuring voor minder dan 35% arbeidsongeschikt is bevonden of
    • gedeeltelijk arbeidsongeschikt (minder dan 80%) is en op 28 december 2005 al een IOAW-uitkering ontving.

    De IOAW-uitkering loopt zo nodig door tot de AOW-leeftijd.

    Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)

    De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) is bedoeld voor oudere zelfstandigen.

    Om in aanmerking te komen voor een IOAZ-uitkering moet iemand onvoldoende inkomen hebben om van te leven, gestopt zijn met het werk als zelfstandige en voldoen aan deze voorwaarden:

    • 55 jaar of ouder zijn, maar de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt
    • ten minste tien jaar als zelfstandige hebben gewerkt, of drie jaar als zelfstandige en daaraan voorafgaand zeven jaar in loondienst
    • 1.225 uur of meer per jaar in het eigen bedrijf hebben gewerkt. Als de partner ook meewerkte in het bedrijf, geldt dat men minimaal 875 uur per jaar en de partner minimaal 525 uur in het bedrijf moet hebben gewerkt
    • de inkomsten (winst) uit het eigen bedrijf, samen met eventuele andere inkomsten, moeten de laatste drie jaar minder zijn geweest dan € 23.444 bruto gemiddeld per jaar. Voor de toekomst mag geen hoger inkomen dan € 24.326 bruto worden verwacht.

    De IOAZ-uitkering loopt zo nodig door tot de AOW-leeftijd.

    hoogte van de IOAW- en IOAZ-uitkering

    De IOAW en de IOAZ geven een aanvulling op het gezinsinkomen tot het sociaal minimum.

    Het sociaal minimum is het bedrag dat men nodig heeft om zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. Het sociaal minimum is meestal even hoog als een bijstandsuitkering.

    De bruto IOAW- en IOAZ-bedragen per maand per 1 juli 2017 zijn:

    • gehuwden/samenwonenden (beide partners zijn 21 jaar of ouder): € 1.627,04
    • alleenstaanden vanaf 23 jaar: € 1.257,05
    • alleenstaande werkloze werknemer met een of meer meerderjarige medebewoners: € 1.034,42

    inkomsten en vermogen

    Inkomsten van de werkloze werknemer (of de partner) uit of in verband met arbeid (bijvoorbeeld loon, pensioen, Anw of WAO) worden op die uitkering in mindering gebracht. Inkomsten die niet uit arbeid zijn ontvangen, zoals inkomsten uit kostgeld, alimentatie en zorgtoeslag, worden niet gekort. Bij de IOAW blijft ook vermogen zoals een eigen huis of spaargeld buiten beschouwing.

    Bij de IOAZ wordt rekening gehouden met financiële voordelen uit vermogen. Vermogen tot € 130.549 blijft buiten beschouwing, maar het meerdere wordt geacht jaarlijks 3% op te leveren. Deze inkomsten worden in mindering gebracht op de uitkering. Voor aanvullende pensioenvoorzieningen kan men een bedrag tot maximaal € 122.082 buiten beschouwing laten. Dit geldt als men een pensioentekort heeft.

    aanvraag en uitvoering van de IOAW- en IOAZ-uitkering

    De IOAW en de IOAZ worden uitgevoerd door de gemeenten.

    De IOAW-aanvraag moet bij UWV worden ingediend. UWV stuurt de aanvraag dan door naar de gemeente.

    De IOAZ-aanvraag moet bij de sociale dienst van de gemeente zijn ingediend voordat het bedrijf of beroep is beëindigd. Deze beëindiging moet binnen anderhalf jaar na de aanvraag plaatsvinden.