de Participatiewet

De Participatiewet is er voor mensen die ondersteuning nodig hebben om hun werk te kunnen doen. Bijvoorbeeld mensen met een arbeidsbeperking of met een bijstandsuitkering. In deze wet zijn de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een deel van de Wet Wajong samengevoegd.

op deze pagina

    inhoud Participatiewet

    De Participatiewet houdt in grote lijnen het volgende in:

    • Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de mensen die kunnen werken, maar het zonder steuntje in de rug niet redden op de arbeidsmarkt. Zij hebben de regie in de Werkpleinen in 35 arbeidsmarktregio’s.
    • Een Wajong-uitkering is alleen mogelijk voor mensen die helemaal niet meer kunnen werken (‘volledig en duurzaam arbeidsongeschikt’). Wie nog wel kan werken, valt onder de Participatiewet en kan de gemeente vragen om ondersteuning bij re-integratie en/of een uitkering.
    • Wie niet zonder ondersteuning kan werken, kan bij de gemeente hulp vragen. Er is geen nieuwe instroom meer in de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Iedereen verdient ten minste het minimumloon, ook wie hier vanwege een beperking eigenlijk niet toe in staat is.
    • Iemand die geen werk kan vinden en niet in zijn eigen onderhoud kan voorzien, kan recht hebben op een bijstandsuitkering.

    Met de Participatiewet wil het kabinet meer mensen met een ziekte of handicap aan het werk helpen. Het kabinet en werkgevers hebben daarom afgesproken om extra banen te creëren. Dit wordt geregeld in de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten.

    vereenvoudiging Participatiewet

    De Participatiewet is vereenvoudigd. De belangrijkste veranderingen in 2017 zijn:

    • de werkgever kan voortaan een loonkostensubsidie bij de gemeente aanvragen voor jongeren die hij al in dienst heeft, maar die vanwege hun beperkingen niet het minimumloon kunnen verdienen leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs kunnen  zonder beoordeling door UWV worden opgenomen in het doelgroepregister. De werkgever weet zo direct dat, wanneer hij hen in dienst neemt, deze werknemers onder de banenafspraak vallen
    • het onderzoek waarbij de loonwaarde wordt vastgesteld van werknemers met een arbeidsbeperking ten opzichte van werknemers zonder beperking (de loonwaardebepaling) hoeft niet langer jaarlijks of driejaarlijks te worden uitgevoerd. De frequentie van de loonwaardebepaling is flexibeler geworden en meer persoonsgericht
    • de bepaling van de hoogte van de loonkostensubsidie is eenvoudiger geworden
    Wilt u een werknemer met een arbeidsbeperking in dienst nemen? Neem dan contact op met Randstad Participatie.