flexibel pensioen

Op grond van de Wet fiscale behandeling pensioenen zijn ook individuele keuzes en maatwerk in pensioenen mogelijk. Werknemers kunnen hierdoor vroeger of later dan de tot nu toe gebruikelijke pensioenleeftijd stoppen met werken. De grenzen liggen meestal tussen 60 en 70 jaar. Om gebruik te kunnen maken van dergelijke flexibele pensioenmogelijkheden moeten deze wel opgenomen zijn in het toepasselijke pensioenreglement. Anders kan geen beroep worden gedaan op deze mogelijkheden.

op deze pagina

    Mensen die pensioen opbouwen via een premie- of een kapitaalovereenkomst kunnen in de toekomst zelf een afweging maken tussen een vast of een flexibel pensioen. Daartoe is op 1 september 2016 de Wet Variabele pensioenuitkering in werking getreden. Tot die datum waren mensen met een premie- of kapitaalovereenkomst verplicht hun opgebouwde kapitaal op de pensioendatum om te zetten in een vast, gegarandeerd pensioen. Nu kunnen deze deelnemers kiezen tussen een vast pensioen, een variabel pensioen of een combinatie. Bij de keuze voor een variabel pensioen wordt het pensioenkapitaal risicovol belegd. Dat zal naar verwachting leiden tot hogere rendementen, maar kan natuurlijk ook leiden tot tegenvallers. Ook als de deelnemers langer of korter leven dan verwacht, heeft dat gevolgen voor de hoogte van de te ontvangen uitkering. Bij een variabele uitkering kan er dus sprake zijn van verhogingen, maar ook van verlagingen van de uitkering. Het aantal aanbieders van variabele pensioenuitkeringen is vooralsnog beperkt, maar zal naar verwachting in de loop van 2017 gaan toenemen.

    vervroegde pensionering

    Hoewel eerder met pensioen gaan nog steeds tot de wettelijke mogelijkheden behoort, zijn de financiële mogelijkheden hiervoor door strengere fiscale regels beperkter geworden. Zo is de premie voor prepensioen of vut sinds 2006 niet meer fiscaal aftrekbaar. Dit heeft tot gevolg gehad dat in veel pensioenregelingen de pensioenleeftijd is verhoogd en dat vut-regelingen en tijdelijke overbruggingspensioenen zijn afgeschaft.

    Werknemers die op dit moment nog een prepensioen of vut-uitkering ontvangen, kunnen door de verhoging van de AOW-leeftijd te maken krijgen met een inkomensgat. Dit gat ontstaat omdat de AOW-uitkering later ingaat dan de prepensioen- of vut-uitkering stopt. Voor hen bestaat een overbruggingsregeling.

    Op wijzeringeldzaken.nl kan met een speciale rekenhulp worden berekend of men voor de overbruggingsregeling in aanmerking komt.

    later met pensioen

    Niet iedereen wil op de officiële pensioengerechtigde leeftijd ophouden met werken. Maar langer dan de AOW-gerechtigde leeftijd blijven werken kan alleen als de werkgever daarmee instemt.

    In sommige bedrijven en instellingen is een regeling voor uitgestelde pensionering aanwezig. Vaak leidt langer doorwerken tot een hoger pensioen, omdat de ingangsdatum wordt uitgesteld én omdat er meer dienstjaren gemaakt worden. Als er gebruik gemaakt kan worden van uitgestelde pensionering tot na de AOW-leeftijd, hoeft sinds 1 januari 2017 niet meer aangetoond te worden dat men daadwerkelijk doorwerkt.  Werknemers die op 1 januari 2017 63 jaar waren, hebben recht op een werkbonus in de vorm van een heffingskorting.

    Sinds 1 januari 2016 is het voor werkgevers aantrekkelijker geworden om werknemers na de AOW-leeftijd door te laten werken.

    pensioen in deeltijd

    Een werknemer kan, als de pensioenregeling van zijn werkgever dat mogelijk maakt, ook in deeltijd met pensioen gaan, oftewel in deeltijd blijven werken. Er zijn dan verschillende mogelijkheden, afhankelijk van de pensioenregeling:

    • de werknemer ontvangt naast het inkomen uit arbeid ook pensioen
    • de werknemer krijgt nog geen pensioen, waardoor het pensioenbedrag hoger wordt
    • de werknemer bouwt nog steeds pensioen op