Algemene ouderdomswet (AOW)

Vrijwel iedereen in ons land die de AOW-leeftijd heeft bereikt, heeft recht op een uitkering volgens de Algemene ouderdomswet (AOW). De AOW is een basispensioenvoorziening. Voor werknemers bestaat daarnaast meestal een aanvullend pensioen.

op deze pagina

    verhoging AOW-leeftijd

    De pensioenleeftijd gaat in de loop van de komende jaren telkens op 1 januari omhoog, met steeds grotere stappen. Op 1 januari 2018 is de AOW-leeftijd met drie maanden verhoogd, naar 66 jaar. In de komende jaren wordt de pensioengerechtigde leeftijd in stapjes verder verhoogd, totdat die in 2021 67 jaar is en in 2022 67 jaar en drie maanden. Vanaf 2022 wordt de AOW-leeftijd automatisch gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting. De precieze AOW-leeftijd wordt dan vijf jaar van tevoren vastgesteld. 

    Hier kunt u eenvoudig nagaan op welke leeftijd uw AOW ingaat.

    verhoging AOW-leeftijd tot 2023:

    In 2023 blijft de AOW-leeftijd 67 jaar en drie maanden, net als in 2022. De levensverwachting is minder snel gestegen dan in voorgaande jaren. Het is voor het eerst sinds 2013 dat de AOW-leeftijd niet omhoog gaat.

    recht op AOW-uitkering

    In principe heeft iedereen die vijftig jaar voorafgaand aan zijn AOW-leeftijd in Nederland heeft gewoond of in Nederland loonbelasting heeft betaald recht op een volledige AOW-uitkering. Voor de meeste andere uitkeringen komt men dan niet meer in aanmerking. Zo heeft men geen recht meer op een uitkering van de ZW, WAO, WIA, WW, WAZ, Wet Wajong of Anw. Iedereen die staat ingeschreven bij de gemeente krijgt ongeveer vijf maanden vóór het bereiken van de AOW-leeftijd een bericht van de SVB. Vanaf dat moment kan men het AOW-pensioen aanvragen.

    aantal jaren verzekerd

    Iedereen die in Nederland woont of werkt, is – ongeacht zijn nationaliteit – verzekerd. Ieder jaar dat iemand verzekerd is, bouwt hij 2% AOW-pensioen op. Om een volledig AOW-pensioen te kunnen ontvangen moet iemand, in de 50 jaar voordat hij zijn AOW-leeftijd heeft bereikt, altijd verzekerd zijn geweest.
    Als iemand buiten Nederland gewoond of gewerkt, dan is hij mogelijk niet verzekerd geweest en kan zijn AOW-pensioen lager uitvallen. Een kleine groep mensen woont wel in Nederland, maar is toch niet verzekerd voor de AOW.

    werk in het buitenland: vrijwillige verzekering AOW

    Wie tijdelijk voor zijn werkgever in het buitenland werkt, blijft meestal wel verzekerd voor de AOW. Daarvoor heeft de werknemer wel een detacheringsverklaring van zijn werkgever nodig. Heeft iemand geen detacheringsverklaring en woont of werkt hij voor het bereiken van de AOW-leeftijd een of meer jaren in het buitenland, dan wordt voor elk jaar waarin dat zo was een korting op de AOW-uitkering toegepast van 2%. Dit kan voorkomen worden met een vrijwillige verzekering. Vrijwillig verzekeren is mogelijk voor maximaal tien jaar. Meer informatie is verkrijgbaar bij de SVB.

    Voor een precieze opgave van de AOW-opbouw kunt u een SVB Pensioenoverzicht aanvragen via MijnSVB.nl.

    hoogte AOW-uitkering

    De bedragen van de AOW-uitkering per 1 januari 2018 staan op SVB.nl.
    De Sociale Verzekeringsbank (SVB) keert de AOW-uitkering uit vanaf de AOW-leeftijd tot aan het overlijden. De hoogte van de AOW-uitkering hangt af van het aantal jaren dat iemand verzekerd is geweest, het minimumloon en of men alleen woont of met iemand samen.
    Ongehuwde alleenstaanden hebben recht op het ongehuwdenpensioen van 70% van het nettominimumloon. Leeft men duurzaam gescheiden, dan wordt men als ongehuwd alleenstaande beschouwd. Als beide partners ouder zijn dan de AOW-leeftijd ontvangen zij ieder elke maand het AOW-pensioen. Dit basispensioen, ook wel gehuwdenpensioen genoemd, bedraagt 50% van het nettominimumloon.
    Wie na de pensionering in loondienst blijft werken, blijft werknemer. Eventuele bijverdiensten worden niet gekort op de AOW-uitkering.

    bijstand

    Mensen kunnen een beroep doen op de bijstand als ze onder het sociaal minimum dreigen te komen. De gemeente geeft hierover meer informatie.

    aansluiten van andere uitkeringen op AOW

    De socialezekerheidsuitkeringen lopen door tot de dag waarop men de AOW-leeftijd bereikt. Dit geldt voor de WW, WIA, WAO, WAZ, Wet Wajong, Ziektewet, Anw, Toeslagenwet, Bijstand, IOAW, IOAZ en IOW.

    overgangsmaatregelen

    De verhoging van de AOW-leeftijd wordt geleidelijk ingevoerd om mensen die dicht tegen hun pensioen aan zitten tegemoet te komen. Daarnaast zijn er overgangsmaatregelen voor mensen die weinig mogelijkheden hebben om het verlies aan inkomen te compenseren.
    De vut- en prepensioenregelingen uit het verleden eindigen meestal op de eerste dag van de maand waarin iemand 65 jaar wordt. Voor mensen die sinds 1 januari 2013 een vut-uitkering of een vergelijkbare uitkering ontvangen en die zich niet hebben kunnen voorbereiden op de verhoging van de AOW-leeftijd is er een overbruggingsregeling (OBR). Op SVB.nl staat meer informatie over de hoogte van de overbruggingsuitkering en de voorwaarden voor recht op de OBR.

    doorwerken na de AOW-leeftijd

    Ook na het bereiken van de AOW-leeftijd kunnen en willen sommige mensen nog blijven werken. Er verandert dan wel een aantal zaken. Dit is geregeld in de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd.