teruggaaf belasting

Bij de berekening van het nettoloon houdt de werkgever rekening met bepaalde heffingskortingen. De werkgever of uitkerende instantie beschikt echter niet over alle gegevens. In sommige situaties kan men de uitbetaling van de heffingskorting zelf regelen via de jaarlijkse aangifte of via een verzoek tot voorlopige teruggaaf. Ook wie aftrekposten heeft, kan belasting terugkrijgen.

op deze pagina

    aftrekposten

    De volgende aftrekposten komen onder voorwaarden in aanmerking voor vermindering van de belasting:

    • reisaftrek openbaar vervoer
    • aftrekbare kosten van de eigen woning
    • uitgaven voor inkomensvoorzieningen, zoals premies voor lijfrenten
    • persoonsgebonden aftrek, zoals:
      • alimentatie en andere onderhoudsverplichtingen
      • uitgaven voor specifieke zorgkosten
      • tijdelijk verblijf thuis ernstig gehandicapten
      • studiekosten en andere scholingsuitgaven
      • onderhoudskosten rijksmonumentenpand
      • kwijtgescholden durfkapitaal
      • giften

    verlening voorlopige teruggaaf

    De Belastingdienst verleent de voorlopige teruggaaf op verzoek van de belastingplichtige. Als het voorafgaande belastingjaar een voorlopige teruggaaf werd verleend, verleent de Belastingdienst op basis daarvan automatisch weer een voorlopige teruggaaf. Als de belastingplichtige de automatische voorlopige teruggaaf wil wijzigen of stopzetten, moet hij zelf bij de Belastingdienst een verzoek indienen.

    Hoeft men geen verplichte aangifte inkomstenbelasting te doen en bestaat wel recht op een teruggaaf van een deel van de ingehouden loonbelasting en premie volksverzekeringen, dan kan men achteraf het teveel betaalde terugvragen door aangifte te doen. Men kan tot vijf jaar terug aangifte doen. Om belasting terug te krijgen, moet de teruggaaf ten minste € 14 zijn.