heffingskortingen

De heffingskortingen zijn kortingen op de te betalen loonbelasting en premie volksverzekeringen. De heffingskortingen zijn opgebouwd uit verschillende delen: een deel voor de inkomstenbelasting en een aantal delen voor de verschillende premie volksverzekeringen, waaronder een deel voor de premie AOW.

op deze pagina

    Voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt, zijn de heffingskortingen lager dan voor mensen die jonger zijn (behalve de korting voor groene beleggingen). Omdat AOW-gerechtigden geen AOW-premie meer betalen, ontvangen zij hiervoor ook geen heffingskorting. Er zijn heffingskortingen waarmee de werkgever rekening mag houden en heffingskortingen die direct door de Belastingdienst worden verrekend.

    heffingskortingen via de werkgever

    De werkgever (of uitkeringsinstantie of pensioenfonds) mag onder voorwaarden rekening houden met een aantal heffingskortingen:

    • algemene heffingskorting
    • arbeidskorting
    • ouderenkorting
    • alleenstaande ouderenkorting
    • jonggehandicaptenkorting
    • levensloopverlofkorting

    Samen worden deze kortingen de loonheffingskorting genoemd. De werknemer verzoekt de werkgever schriftelijk om de loonheffingskorting wel of niet toe te passen.

    De werkbonus is per 1 januari 2018 vervallen.

    algemene heffingskorting

    Iedere belastingplichtige heeft recht op de algemene heffingskorting. De maximale heffingskorting is in 2018 € 2.265 en is inkomensafhankelijk. Vanaf een inkomen van € 20.142 wordt de algemene heffingskorting lager naarmate het belastbare inkomen uit werk en woning stijgt. De algemene heffingskorting kan uiteindelijk afbouwen tot nihil. Partners hebben ieder een eigen recht op deze korting.

    De algemene heffingskorting kan niet worden overgedragen aan de partner. Als een van de partners geen of weinig inkomsten heeft en dus zijn eigen heffingskorting niet (helemaal) gebruikt, kan hij onder bepaalde voorwaarden de heffingskorting laten uitbetalen door de Belastingdienst. Deze uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner wordt afgebouwd in vijftien jaar tijd met 6,67% per jaar. De afbouw is gestart in 2009. Dit betekent dat er in 2018 ten hoogste 33,33% van de algemene heffingskorting wordt uitbetaald aan de minstverdienende partner. Deze afbouw geldt niet voor de belastingplichtige die geboren is voor 1 januari 1963.

    arbeidskorting

    De arbeidskorting wordt berekend over het arbeidsinkomen. De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van het gezamenlijk bedrag van het arbeidsinkomen en het maximum van de arbeidskorting. De maximale arbeidskorting bedraagt in 2018 € 3.249. Voor arbeidsinkomens boven de € 33.112 wordt de arbeidskorting afgebouwd tot nihil. Het maximumbedrag van € 3.249 wordt verlaagd met 3,6% van het arbeidsinkomen boven de € 33.112.

    ouderenkorting

    Een belastingplichtige heeft recht op de ouderenkorting van € 1.418 als hij op 31 december 2018 de AOW-leeftijd heeft bereikt en een verzamelinkomen op jaarbasis heeft van niet meer dan € 36.346. Is zijn verzamelinkomen meer dan € 36.346, dan bedraagt de ouderenkorting € 72.

    alleenstaande ouderenkorting

    Een belastingplichtige heeft recht op de alleenstaande ouderenkorting van € 423 als hij recht heeft op een AOW-uitkering voor alleenstaanden.

    jonggehandicaptenkorting

    Belastingplichtigen die een uitkering in het kader van de Wet Wajong krijgen, hebben recht op de jonggehandicaptenkorting, tenzij de ouderenkorting geldt. Ook als weliswaar recht bestaat op een Wajong-uitkering, maar niet daadwerkelijk een Wajong-uitkering wordt ontvangen (vanwege bijvoorbeeld een andere uitkering of ander inkomen uit arbeid), komt men voor de jonggehandicaptenkorting in aanmerking. De korting bedraagt € 728.

    levensloopverlofkorting

    Per 1 januari 2012 is de levensloopregeling afgeschaft. Werknemers kunnen niet meer beginnen met sparen in deze regeling. Voor bestaande deelnemers geldt een overgangsregeling. Voor werknemers die op grond van deze regeling door mogen sparen in de levensloopregeling, houdt de werkgever bij het berekenen van de loonbelasting/premie volksverzekeringen rekening met de levensloopverlofkorting. Voorwaarde is dat de werknemer zijn werkgever hierom schriftelijk heeft gevraagd. De levensloopverlofkorting is gelijk aan het opgenomen bedrag uit de levensloopregeling met een maximum van € 212 per gespaard kalenderjaar in de periode 2006 tot en met 2011. Bedragen aan levensloopverlofkorting die in voorafgaande jaren al zijn genoten, worden in mindering gebracht.

    heffingskortingen via de Belastingdienst

    Met enkele heffingskortingen houdt de werkgever geen rekening. Deze kortingen kan men rechtstreeks krijgen van de Belastingdienst:

    • inkomensafhankelijke combinatiekorting
    • korting voor groene beleggingen

    inkomensafhankelijke combinatiekorting

    De inkomensafhankelijke combinatiekorting is voor minstverdienende partners en alleenstaande ouders die de zorg hebben voor kinderen tot 12 jaar. Het basisbedrag van deze heffingskorting is € 1.052 als men minimaal een arbeidsinkomen van € 4.934 verdient of als men recht heeft op de zelfstandigenaftrek. Voor elke euro die men meer verdient dan € 4.934 loopt de inkomensafhankelijke combinatiekorting met 6,159% op tot maximaal € 2.801. Voor ouderen is de inkomensafhankelijke combinatiekorting maximaal € 1.431.

    korting voor groene beleggingen

    Deze korting geldt voor de belastingplichtige die belegt in groene beleggingen. De korting bedraagt in 2018 0,7% van het bedrag dat daarvoor is vrijgesteld op grond van de bepalingen in box 3.

    Op Belastingdienst.nl staat het complete overzicht heffingskortingen (2018).