heffingskortingen

De heffingskortingen zijn kortingen op de te betalen loonbelasting en premie volksverzekeringen. De heffingskortingen zijn opgebouwd uit verschillende delen: een deel voor de inkomstenbelasting en een aantal delen voor de verschillende premie volksverzekeringen, waaronder een deel voor de premie AOW.

op deze pagina

    Voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt, zijn de heffingskortingen lager dan voor mensen die jonger zijn (behalve de korting voor groene beleggingen). Omdat AOW-gerechtigden geen AOW-premie meer betalen, ontvangen zij hiervoor ook geen heffingskorting. Er zijn heffingskortingen waarmee de werkgever rekening mag houden en heffingskortingen die direct door de Belastingdienst worden verrekend.

    heffingskortingen via de werkgever

    De werkgever (of uitkeringsinstantie of pensioenfonds) mag onder voorwaarden rekening houden met een aantal heffingskortingen:

    • algemene heffingskorting
    • arbeidskorting
    • ouderenkorting
    • werkbonus
    • alleenstaande ouderenkorting
    • jonggehandicaptenkorting
    • levensloopverlofkorting

    Samen worden deze kortingen de loonheffingskorting genoemd.

    De werknemer verzoekt de werkgever schriftelijk om de loonheffingskorting wel of niet toe te passen.

    algemene heffingskorting

    Iedere belastingplichtige heeft recht op de algemene heffingskorting. De maximale heffingskorting is in 2017 € 2.254 en is inkomensafhankelijk. Vanaf een inkomen van € 19.982 wordt de algemene heffingskorting lager naarmate het belastbare inkomen uit werk en woning stijgt. De algemene heffingskorting kan uiteindelijk afbouwen tot nihil. Partners hebben ieder een eigen recht op deze korting.

    De algemene heffingskorting kan niet worden overgedragen aan de partner. Als een van de partners geen of weinig inkomsten heeft en dus zijn eigen heffingskorting niet (helemaal) gebruikt, kan hij onder bepaalde voorwaarden de heffingskorting laten uitbetalen door de Belastingdienst. Deze uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner wordt afgebouwd in vijftien jaar tijd met 6,67% per jaar. De afbouw is gestart in 2009. Dit betekent dat er in 2017 ten hoogste € 902 (40%) van de algemene heffingskorting wordt uitbetaald aan de minstverdienende partner. Deze afbouw geldt niet voor de belastingplichtige die geboren is voor 1 januari 1963.

    arbeidskorting

    De arbeidskorting wordt berekend over het arbeidsinkomen. De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van het gezamenlijk bedrag van het arbeidsinkomen en het maximum van de arbeidskorting. De maximale arbeidskorting bedraagt in 2017 € 3.223. Met ingang van 2014 is de arbeidskorting voor hogere inkomens in drie stappen verder afgebouwd, uiteindelijk tot nihil. Per 1 januari 2017 start de afbouw (4% van het deel van het arbeidsinkomen dat hoger is dan het drempelbedrag) van de arbeidskorting bij een inkomen van € 32.444.

    ouderenkorting

    Een belastingplichtige heeft recht op de ouderenkorting van € 1.292 als hij op 31 december 2017 de AOW-leeftijd heeft bereikt en een verzamelinkomen op jaarbasis heeft van niet meer dan € 36.057. Is zijn verzamelinkomen meer dan € 36.057, dan bedraagt de ouderenkorting € 71.

    werkbonus

    Een belastingplichtige heeft recht op de werkbonus als hij arbeidsinkomen geniet en bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 63 jaar heeft bereikt, maar nog niet de leeftijd van 64 jaar. De opbouw van de werkbonus begint bij 90% van het wettelijk minimumloon en bedraagt maximaal € 1.119. Elk jaar verschuift de leeftijdsgrens van de werkbonus met één jaar, waardoor er geen nieuwe gevallen meer bijkomen en de werkbonus uiteindelijk zal komen te vervallen.

    alleenstaande ouderenkorting

    Een belastingplichtige heeft recht op de alleenstaande ouderenkorting van € 438 als hij recht heeft op een AOW-uitkering voor alleenstaanden.

    jonggehandicaptenkorting

    Belastingplichtigen die een uitkering in het kader van de Wet Wajong krijgen, hebben recht op de jonggehandicaptenkorting, tenzij de ouderenkorting geldt. Ook als weliswaar recht bestaat op een Wajong-uitkering, maar niet daadwerkelijk een Wajong-uitkering wordt ontvangen (vanwege bijvoorbeeld een andere uitkering of ander inkomen uit arbeid), komt men voor de jonggehandicaptenkorting in aanmerking. De korting bedraagt € 722.

    levensloopverlofkorting

    Per 1 januari 2012 is de levensloopregeling afgeschaft. Werknemers kunnen niet meer beginnen met sparen in deze regeling. Voor bestaande deelnemers geldt een overgangsregeling. Voor werknemers die op grond van deze regeling door mogen sparen in de levensloopregeling, houdt de werkgever bij het berekenen van de loonbelasting/premie volksverzekeringen rekening met de levensloopverlofkorting. Voorwaarde is dat de werknemer zijn werkgever hierom schriftelijk heeft gevraagd. De levensloopverlofkorting is gelijk aan het opgenomen bedrag uit de levensloopregeling met een maximum van € 210 per gespaard kalenderjaar. Bedragen aan levensloopverlofkorting die in voorafgaande jaren al zijn genoten, worden in mindering gebracht.

    De tijdelijke heffingskorting voor vut en prepensioen is per 1 januari 2016 vervallen.

    heffingskortingen via de Belastingdienst

    Met enkele heffingskortingen houdt de werkgever geen rekening. Deze kortingen kan men rechtstreeks krijgen van de Belastingdienst:

    • inkomensafhankelijke combinatiekorting
    • korting voor groene beleggingen

    inkomensafhankelijke combinatiekorting

    De inkomensafhankelijke combinatiekorting is voor minstverdienende partners en alleenstaande ouders die de zorg hebben voor kinderen tot 12 jaar. Het basisbedrag van deze heffingskorting is € 1.043 als men minimaal een arbeidsinkomen van € 4.895 verdient of als men recht heeft op de zelfstandigenaftrek. Voor elke euro die men meer verdient dan € 4.895 loopt de inkomensafhankelijke combinatiekorting met 6,159% op tot maximaal € 2.778. Voor ouderen is de inkomensafhankelijke combinatiekorting maximaal € 1.419.

    korting voor groene beleggingen

    Deze korting geldt voor de belastingplichtige die belegt in groene beleggingen. De korting bedraagt in 2017 0,7% van het bedrag dat daarvoor is vrijgesteld op grond van de bepalingen in box 3.

    overzicht heffingskortingen (2017)