werkkostenregeling (WKR)

Werkgevers kunnen maximaal 1,2% van het totale fiscale loon (de ‘vrije ruimte’) besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor hun werknemers. De werkgever moet deze vergoedingen en verstrekkingen dan in zijn administratie aanwijzen als zogenoemd eindheffingsbestanddeel ofwel eindheffingsloon. Deze regeling wordt de werkkostenregeling (WKR) genoemd. 

op deze pagina

    vrije ruimte

    Over de vergoedingen en verstrekkingen die binnen de vrije ruimte vallen, zijn geen loonheffingen verschuldigd. De werkgever moet in de gaten houden of hij de vrije ruimte overschrijdt. Over het bedrag boven de vrije ruimte betaalt de werkgever loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80%. Hij is over dit bedrag geen premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw verschuldigd.

    Daarnaast kunnen bepaalde zaken onbelast worden vergoed, verstrekt of ter beschikking gesteld door gebruik te maken van de zogenoemde gerichte vrijstellingen en nihilwaarderingen.

    De werkgever dient de eindheffing uiterlijk in het eerste aangiftetijdvak van het volgende kalenderjaar aan te geven en af te dragen, maar dit mag ook eerder, bijvoorbeeld per aangiftetijdvak.

    uitzonderingen in de WKR

    De WKR geldt alleen voor vergoedingen en verstrekkingen die de werknemer geniet uit zijn dienstbetrekking (loon). Bepaalde voordelen gelden niet als loon, of er bestaan vrijstellingen voor. Deze looncomponenten zijn onbelast of worden op nihil gewaardeerd en komen daarom ook niet ten laste van de 1,2% vrije ruimte van de WKR.

    Het gaat dan om:

    • gerichte vrijstellingen en nihilwaarderingen
    • voordelen buiten de dienstbetrekking (bijvoorbeeld als de werkgever de familie van een overleden werknemer een rouwkrans stuurt)
    • intermediaire vergoedingen (vergoedingen voor bedragen die de werknemer in opdracht en voor rekening van de werkgever voorschiet)
    • vrijgesteld loon (vrijgestelde aanspraken, uitkeringen en verstrekkingen, bijvoorbeeld de jubileumuitkering bij 25 of 40 dienstjaren tot het bedrag van één maandsalaris)
    • verstrekkingen waarvoor de werknemer een netto eigen bijdrage van ten minste de (factuur)waarde betaalt.

    gebruikelijkheidstoets WKR

    De WKR kent een zogeheten gebruikelijkheidstoets. Dit houdt in dat de vergoedingen en verstrekkingen die de werkgever in zijn administratie opneemt als eindheffingsloon, niet meer dan 30% mogen afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. Het bedrag dat boven de 30%-grens uitkomt, is loon van de werknemer. De Belastingdienst voert tot op heden het beleid dat vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen tot maximaal € 2.400 per persoon per jaar in ieder geval gebruikelijk zijn. 

    Het gaat erom dat het gebruikelijk moet zijn dat de werknemer vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen van een bepaalde omvang belastingvrij krijgt en dat de werkgever de loonbelasting/premie volksverzekeringen via eindheffing voor zijn rekening neemt. Het is bijvoorbeeld niet gebruikelijk dat het maandloon van een werknemer wordt aangewezen als eindheffingsbestanddeel. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor vakantiegeld, hoge bonussen of vergoeding van vermogensschade bij indiensttreding.