minimumloon

Volgens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) moeten werkgevers hun werknemers ten minste een minimumsalaris betalen: het wettelijk (bruto)minimumloon. De hoogte van dit minimumloon is afhankelijk van leeftijd, arbeidsduur en aantal arbeidsuren. Per 1 januari 2018 is de werkgever ook verplicht het wettelijk minimumloon betalen voor stukloon en meerwerk, en geldt het minimumloon ook voor mensen die tegen beloning werk verrichten op basis van een overeenkomst (opdrachtnemers).

op deze pagina

    hoogte minimumloon

    Het minimumloon wordt in principe tweemaal per jaar aangepast aan de ontwikkeling van de cao-lonen, op 1 januari en op 1 juli. Sinds 1 juli 2017 is de leeftijdsgrens voor het wettelijk minimumloon omlaag gegaan van 23 naar 22 jaar. 

    Het wettelijk minimumloon voor werknemers van 22 jaar en ouder bij een volledig dienstverband bedraagt per 1 januari 2018:

    • minimum maandloon: € 1.578,00
    • minimum weekloon: € 364,15
    • minimum dagloon: € 72,83

    Wat een volledige werkweek is, verschilt per bedrijf. Bij sommige bedrijven is dat 40 uur, bij andere 38 of 36 uur. Dat is ook de reden dat er geen wettelijk minimumuurloon bestaat.

    Op Rijksoverheid.nl staat een tool waarmee werknemers het bedrag kunt berekenen dat zij minimaal horen te verdienen per maand, week, dag en uur. Voor een fulltime of parttime baan.

    hoogte minimumjeugdloon

    Werknemers van 15 tot en met 21 jaar hebben recht op een deel van het minimumloon: het minimumjeugdloon.

    brutominimumjeugdlonen per 1 januari 2018

     

    In 2017 is de Wet WML aangepast om het risico te beperken dat de verschillende leeftijden een rol gaan spelen bij het aannemen van mensen. De leeftijd voor het volwassen minimumloon is op 1 juli 2017 al verlaagd van 23 naar 22 jaar. Het is de bedoeling dat op 1 juli 2019 de minimumloonleeftijd naar 21 jaar gaat. Ook gaat in 2019 het minimumjeugdloon voor 18- tot en met 20-jarigen omhoog.Werkgevers krijgen per 1 januari 2018 een compensatie voor deze verhoging: de tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon (jeugd-LIV)

     

    veranderingen minimumjeugdloon

    De percentages geven aan welk deel van het wettelijk minimumloon van toepassing is voor jonge werknemers. Het verhoogde minimumjeugdloon voor 18- tot en met 20-jarigen geldt niet als een mbo’er bij een leerwerkplek heeft in het kader van de Beroepsbegeleide Leerweg (bbl). Deze werknemers behouden het minimumjeugdloon zoals het was. Als de mbo’er 21 of 22 jaar is, krijgt hij wel het bijbehorende minimumjeugdloon zoals dit in de eerste tabel staat.

    stukloon, meerwerk en opdrachtnemers

    Per 1 januari 2018 geldt het wettelijk minimumloon ook voor:

    • stukloon: werknemers moeten ieder gewerkt uur minstens het minimumloon ontvangen voor elk opgeleverd stuk, als u hen stukloon betaalt.
    • meerwerk: als werknemers extra uren werken, moeten zij gemiddeld minstens het minimumloon verdienen voor dat meerwerk.
    • opdrachtnemers: mensen die geen arbeidsovereenkomst hebben maar tegen beloning werkzaamheden verrichten voor een opdrachtgever op basis van een overeenkomst. In dit geval wordt met opdrachtnemers  geen zelfstandig ondernemers bedoeld, want zij werken op basis van een overeenkomst in de zelfstandige uitoefening van beroep of bedrijf.

    onderbetaling

    Betaalt de werkgever een werknemer minder dan het minimumloon, dan overtreedt hij de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML). Een werknemer heeft vijf jaar de tijd om te eisen dat de werkgever het achterstallige loon en vakantiegeld alsnog betaalt. De onderbetaalde werknemer kan hiervoor naar de kantonrechter stappen of een klacht indienen bij de Inspectie SZW. De Inspectie SZW kan werkgevers die hun werknemers te weinig betalen direct een boete en een dwangsom opleggen. De boete per onderbetaalde werknemer kan maximaal € 10.000 bedragen.

    Wet aanpak schijnconstructies (WAS)

    Sinds 1 januari 2016 mag de werkgever op basis van de Wet aanpak schijnconstructies (WAS) het salaris niet meer volledig contant uitbetalen, en moet hij minimaal het salarisgedeelte dat gelijk is aan het netto equivalent van het wettelijk minimumloon giraal overmaken. Over dat netto-equivalent mogen geen inhoudingen en verrekeningen meer  worden gedaan, tenzij er een wettelijke grondslag is voor de inhouding (zoals de Pensioenwet of de Wet op de loonbelasting) of wanneer er sprake is van een loonbeslag. In het geval van een loonbeslag moet er wel rekening worden gehouden met de beslagvrije voet.

    Meer informatie over de WAS vindt u op Rijksoverheid.nl.