besparen op loonkosten: LKV, LIV en afdrachtvermindering

Werkgevers die jongeren, ouderen, werknemers die tijdelijk minder presteren en/of werknemers met een arbeidsbeperking in dienst nemen, kunnen een beroep doen op een aantal regelingen die de loonkosten verlagen. Op deze manier probeert de overheid het aantrekkelijker te maken om deze groepen werknemers in dienst te nemen.

op deze pagina

    Per 1 januari 2018 geldt een nieuw systeem van loonkostenvoordelen (LKV’s), dat in de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) geregeld is. De LKV’s zijn de opvolgers van de voormalige premiekortingen. Enkel de premiekorting jongere werknemer wordt niet vervangen, omdat deze toch afliep per 31 december 2017. De LKV’s moeten het voor werkgevers aantrekkelijker maken om ouderen en mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen.

    loonkostenvoordelen (LKV’s)

    Het loonkostenvoordeel is een tegemoetkoming per verloond uur voor werkgevers die een werknemer uit één van de volgende doelgroepen in dienst nemen of houden:

    • arbeidsgehandicapte werknemers
    • oudere werknemers
    • de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden
    • herplaatsen van arbeidsgehandicapte werknemers

    werknemers met een arbeidshandicap

    Werkgevers krijgen een loonkostenvoordeel voor het in dienst nemen van een werknemer met een arbeidsbeperking van € 3,05 per verloond uur, met een maximum van € 6.000 per jaar voor maximaal 3 jaar. Het gaat om onder anderen werknemers die uit een WIA-uitkering komen, werknemers met een WIA-uitkering die hun werk volledig of deels hervatten en werknemers die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn.

    werknemer van 56 jaar en ouder

    Werkgevers krijgen een loonkostenvoordeel voor het in dienst nemen van een werknemer van 56 jaar of ouder die in de kalendermaand voorafgaand aan de dienstbetrekking een WW-, bijstands- of arbeidsongeschiktheidsuitkering had. Het LKV bedraagt € 3,05 per verloond uur, maximaal € 6.000 per jaar voor maximaal 3 jaar.

    doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden

    Het LKV voor werknemers die onder de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden vallen, bedraagt € 1,01 per werknemer per verloond uur met een maximum van € 2.000 per werknemer per jaar voor maximaal 3 jaar.

    herplaatsen van arbeidsgehandicapte werknemers

    Er bestaat recht op dit LKV als een arbeidsgehandicapte werknemer weer geheel of gedeeltelijk voor zijn werkgever gaat werken, in zijn eigen functie of in een andere. Het LKV bedraagt € 3,05 per uur, maximaal € 6.000 per jaar voor maximaal 1 jaar.

    De werkgever heeft recht op LKV zolang de dienstbetrekking bestaat, maar maximaal drie jaar (maximaal een jaar bij een herplaatste werknemer), en uiterlijk totdat de werknemer de AOW-leeftijd bereikt heeft.

    doelgroepverklaring

    De werkgever moet beschikken over een doelgroepverklaring. Deze geeft aan dat iemand tot de doelgroep behoort en aan de overige voorwaarden voldoet. De werknemer moet zo’n doelgroepverklaring zelf aanvragen bij zijn uitkeringsinstantie (UWV of gemeente). De werknemer kan ook zijn werkgever machtigen om namens hem de doelgroepverklaring aan te vragen. In de tweede Nieuwsbrief Loonheffingen 2018 staat meer informatie over de voorwaarden van de doelgroepverklaring en de overige voorwaarden.

    aanvragen loonkostenvoordelen

    Om een loonkostenvoordeel aan te vragen moet de werkgever in de aangifte loonheffingen in het betreffende tijdvak de indicatie voor het betreffende loonkostenvoordeel op ‘ja’ zetten. Het loonkostenvoordeel wordt naar verwachting medio september in het volgende kalenderjaar door de Belastingdienst uitbetaald. Het loonkostenvoordeel over 2018 wordt dus in 2019 door de Belastingdienst uitbetaald.

     

    lage-inkomensvoordeel (LIV)

    Per 1 januari 2017 is het lage-inkomensvoordeel (LIV) ingevoerd. Hiermee is het voor werkgevers goedkoper geworden om werknemers met een laag inkomen in dienst te nemen en houden. Het LIV  is een tegemoetkoming voor werkgevers met werknemers met een loon tussen 100% en 125% van het wettelijk minimumloon. Voorwaarde voor het recht op het LIV is dat de werknemer ten minste 1.248 verloonde uren in het betreffende kalenderjaar moet hebben bij de werkgever.

    hoe werkt het LIV?

    De Belastingdienst keert de tegemoetkoming over 2017 op basis van gegevens van UWV in 2018 automatisch uit. De werkgever hoeft daar geen aanvraag voor in te dienen. Het LIV wordt in verhouding (naar rato) berekend op basis van het aantal verloonde uren per jaar.

    tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon (jeugd-LIV)

    Werkgevers hebben per 1 januari 2018 recht op een tegemoetkoming voor jongere werknemers (voor 18- tot en met 21-jarigen) die binnen bepaalde bandbreedtes van het wettelijk minimum jeugdloon vallen: de tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon (jeugd-LIV). Deze tegemoetkoming is het eerste jaar (2018) de helft hoger dan normaal, om de periode tussen de inwerkingtreding op 1 juli 2017 tot en met 31 december 2017 te compenseren.

    Het jeugd-LIV betaalt de Belastingdienst automatisch aan de werkgever uit. Dit gebeurt in de tweede helft van 2019 op basis van gegevens van UWV.

    Voor werknemers van 22 jaar of ouder (en vanaf 1 juli 2019 van 21 jaar en ouder), die nu het volwassenenminimumloon gaan verdienen, geldt het lage-inkomensvoordeel.

    loonkostensubsidie

    Neemt de werkgever iemand aan uit de doelgroep van de banenafspraak en kan deze werknemer niet zelfstandig het minimumloon verdienen? Dan kan de werkgever een loonkostensubsidie krijgen via de gemeente. De loonkostensubsidie vergoedt het verschil tussen loonwaarde en minimumloon.

    De bepaling van de hoogte van de loonkostensubsidie is per 1 januari 2017 eenvoudiger geworden. Het eerste halfjaar van het dienstverband is de subsidie voortaan een vast bedrag van 50% van het wettelijk minimumloon. Daarna wordt de hoogte afhankelijk van het verdienvermogen van de werknemer. Verder is de loonwaardemeting voortaan flexibel en wordt deze niet meer standaard jaarlijks of driejaarlijks uitgevoerd.

     

    afdrachtvermindering loonbelasting

    De Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA) geeft werkgevers recht op een lagere dan normale afdracht van loonbelasting/premie volksverzekeringen. De op het loon van werknemers in te houden loonheffingen veranderen niet. De afdrachtverminderingen komen dus geheel ten goede aan de werkgever.

    speur- en ontwikkelingswerk (S&O)

    Deze afdrachtvermindering wordt verleend voor werknemers die speur- en ontwikkelingswerk (S&O) verrichten. Het doel van deze regeling is werkgevers ertoe aan te zetten uitgaven ten gunste van technologisch onderzoek en ontwikkeling te verhogen.

    Omdat de loonkosten doorgaans de grootste kostenpost vormen bij S&O, worden deze gesubsidieerd. De afdrachtvermindering bedraagt per kalenderjaar 32% van de verwachte S&O-kosten en -uitgaven, maar maximaal € 350.000. Over het bedrag boven € 350.000 geldt een afdrachtvermindering van 14%. Voor bepaalde startende ondernemers bestaat een S&O-afdrachtvermindering van 40% (over de eerste € 350.000). Ook voor startende ondernemers geldt over het meerdere S&O-loon een percentage van 14%. Alleen het loon voor zover besteed aan S&O-werkzaamheden komt voor afdrachtvermindering in aanmerking.

    Voor toepassing van de afdrachtvermindering S&O moet de werkgever over een zogenoemde S&O-verklaring beschikken. Deze verklaring wordt afgegeven door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De RVO heeft ook een handleiding WBSO 2018 (pdf) ontwikkeld. Hierin staat uitgebreid omschreven wanneer een organisatie van de WBSO gebruik kan maken.

    zeevaart

    De afdrachtvermindering zeevaart kan worden toegepast als de werkgever loon betaalt aan zeevarenden die werken op een schip dat onder Nederlandse vlag vaart en dat grotendeels op zee wordt geëxploiteerd in het internationale verkeer en bij sleep- en hulpverlenings- of baggerwerkzaamheden. De afdrachtvermindering zeevaart bedraagt 40% van het loon van zeevarenden die in een EU- of een EER-land wonen. De aftrek bedraagt 10% als de zeevarende buiten de EU of EER woont. Voor deze zeevarende geldt de voorwaarde dat hij in Nederland aan de loonbelasting onderworpen is of dat hij premieplichtig is voor de volksverzekeringen.

    Op Belastingdienst.nl staat meer informatie over de afdrachtverminderingen.