auto van de zaak

De catalogusprijzen van auto’s die sinds 1 januari 2011 voor het eerst zijn geregistreerd, zijn te vinden in een online database van de RDW. Voor oudere auto’s kan men de historische prijslijsten van de officiële importeurs gebruiken.

De werkgever kan zijn werknemer een auto ter beschikking stellen. Dit blijft buiten de werkkostenregeling (WKR), ook wanneer sprake is van privégebruik van de auto. Het privégebruik van de auto van de zaak wordt door een bijtelling tot het loon van de werknemer voor de loonheffingen belast. De bijtelling kan niet als eindheffingsloon worden aangewezen en ten laste van de vrije ruimte worden gebracht. Het is verplicht loon van de werknemer. Voor het berekenen van de bijtelling gebruikt de werkgever de catalogusprijs als basis. De verantwoordelijkheid voor de juiste verwerking van de bijtelling ligt bij de werkgever. Van belang is bijvoorbeeld dat de cataloguswaarde van de betreffende auto juist wordt vastgesteld en dat het juiste bijtellingstarief wordt toegepast.

op deze pagina

    tarieven bijtelling

    Indien een auto van de zaak voor meer dan 500 kilometer per jaar privé wordt gebruikt, geldt een bijtelling voor dat privégebruik van 25% van de waarde van de auto. Afhankelijk van de CO₂-uitstoot van de auto kan een werknemer in aanmerking komen voor een milieugerelateerde korting op de bijtelling. Hieronder staan de CO₂-schijfgrenzen en de bijtelling na milieugerelateerde korting per 1 januari 2017, 2016 en 2015.

    bijtelling per 1 januari 2017, 2016 en 2015:tabel_online_werkpocket_bijtelling_co2_161230CO₂-schijfgrenzen en de bijtelling na milieugerelateerde korting per 1 januari 2016 respectievelijk per 1 januari 2015

    Het aantal bijtellingspercentages is per 1 januari 2017 verminderd van vier naar twee. Voor een auto met een CO2-uitstoot van 106 gr/km of meer geldt per 1 januari 2017 de algemene bijtelling van 22%. Dit geldt voor auto’s die een datum van eerste toelating op de weg hebben vanaf 1 januari 2017. Voor auto’s zonder CO2-uitstoot geldt de verlaagde bijtelling van 4%. Deze percentages gelden niet bij excessief privégebruik.
    Meer informatie over de wijzigingen in het systeem van autobelastingen vindt u op Rijksoverheid.nl (zoek op ‘wijzigingen autobelastingen’).

    hoe lang geldt het bijtellingspercentage?

    Het bijtellingspercentage voor auto’s waarvan het kenteken voor het eerst is afgegeven in 2017 geldt voor een periode van zestig maanden. Deze periode gaat in op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin voor het eerst een kenteken is afgegeven. Het percentage blijft ook gelden als de auto van eigenaar wisselt of als een andere werknemer de auto gaat gebruiken. Direct na afloop van de periode van zestig maanden wordt het percentage opnieuw vastgesteld aan de hand van de regels die op dat moment gelden. Het nieuwe percentage geldt dan weer voor zestig maanden.

    geen bijtelling

    De bijtelling kan achterwege blijven als de werknemer de auto op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden gebruikt. Als de werknemer aangeeft dat hij in het komende jaar niet meer dan 500 privékilometers zal rijden, en de bijtelling wordt op grond daarvan achterwege gelaten, dan ligt de verantwoordelijkheid voor de juistheid hiervan bij de werkgever. Met andere woorden: de bewijslast van het privégebruik ligt bij de werkgever. Als de ter beschikking gestelde auto ten onrechte niet of onjuist in de loonadministratie is vertoond, wordt de werkgever geconfronteerd met naheffingsaanslagen loonheffingen. Daarbij kunnen flinke boetes worden opgelegd. De bewijslast kan echter worden verschoven naar de werknemer door middel van een ‘Verklaring geen privégebruik auto’. Als een werknemer verwacht dat hij niet meer dan 500 privékilometers op kalenderjaarbasis in een auto van de zaak rijdt, kan hij deze verklaring vooraf bij de Belastingdienst aanvragen en de afgegeven verklaring aan zijn werkgever overhandigen. Op basis van de afgegeven verklaring hoeft de werkgever dan geen loonheffingen meer in te houden en af te dragen over het privégebruik van de auto. De verklaring is voor onbepaalde tijd geldig. De werknemer is dan zelf verantwoordelijk voor het overhandigen van bewijs dat niet meer dan 500 privékilometers worden gereden, indien de Belastingdienst hierom verzoekt.

    bestelauto’s

    Voor bestelauto’s hoeft er ook geen bijtelling op het loon plaats te vinden als aan een van onderstaande voorwaarden is voldaan:

    • de bestelauto is door de aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt voor het vervoer van goederen
    • de bestelauto kan niet buiten werktijd worden gebruikt, bijvoorbeeld omdat de werknemer de bestelauto plaatst op een afgesloten bedrijfsterrein en de werkgever een sleuteladministratie voert. De werkgever kan ook een schriftelijk verbod op privégebruik opleggen aan de werknemer. Dit schriftelijk verbod is een addendum op de arbeidsovereenkomst en dient bij de loonadministratie te worden bewaard. Ook is vereist dat de werkgever controle en voldoende toezicht uitoefent op de naleving van het verbod en een passende sanctie oplegt als het verbod wordt overtreden
    • bij bestelauto’s die door de aard van het werk doorlopend afwisselend worden gebruikt door twee of meer werknemers kan het privégebruik moeilijk vast te stellen zijn. Het privégebruik wordt dan door middel van eindheffing bij de werkgever belast. Deze eindheffing bedraagt € 300 per bestelauto op jaarbasis.

    Werknemers die een bestelauto van de zaak uitsluitend zakelijk gebruiken, kunnen gebruikmaken van de ‘Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’. De werkgever hoeft dan geen bijtelling privégebruik auto bij het loon van de werknemer te tellen. Bovendien hoeft de werknemer geen rittenregistratie bij te houden. Bij het vermoeden van een privérit kan de Belastingdienst zowel de werkgever als de werknemer verzoeken om bewijs te overleggen dat geen sprake was van een rit voor privédoeleinden.