loon

op deze pagina

    Er zijn verschillende vormen van loon. De belangrijkste vorm is loon in geld: salaris, vergoedingen, provisie, premie, overwerkloon, tantième en gratificatie. Ook ander geld van derden dat aan een werknemer wordt uitbetaald op grond van zijn dienstbetrekking, zoals fooien en uitkeringen, behoort tot het loon. Behalve in geld kan de werkgever zijn werknemers ook in natura belonen.

    Over het loon moet de werkgever loonheffingen inhouden en afdragen aan de Belastingdienst. Er bestaan mogelijkheden voor werkgevers om de loonkosten te verlagen, zoals loonkostenvoordelen en subsidieregelingen.

    Naast het loon kan de werkgever zijn werknemers (zakelijke) kosten vergoeden of zaken verstrekken. Kosten die de werknemer maakt in het kader van de dienstbetrekking kan de werkgever vergoeden of verstrekken via de werkkostenregeling (WKR). Voor de auto van de zaak geldt een aparte regeling. Een aantal vergoedingen en verstrekkingen kan onder specifieke voorwaarden onbelast worden gegeven.

    loonbetaling

    In de arbeidsovereenkomst staat over welk tijdvak het loon moet worden uitbetaald, bijvoorbeeld per week of per maand. Als dat tijdvak is afgelopen, moet de werkgever het loon uitkeren: weekloon na een week en maandloon na een maand.

    Het tijdvak na afloop waarvan de werkgever het loon moet betalen, kan schriftelijk in de arbeidsovereenkomst worden verlengd. Daar zijn echter wel grenzen aan: bij een weekloon kan de uitbetaling nooit langer dan een maand worden uitgesteld en bij een maandloon nooit langer dan een kwartaal.

    te late loonbetaling

    Betaalt de werkgever het loon te laat? Dan kan de werknemer aanspraak maken op een zogeheten ‘verhoging wegens vertraging’. Dit houdt in dat de werkgever een verhoging op het loon moet betalen:

    • 5% per dag voor de vierde tot en met de achtste werkdag na de dag waarop het loon moest worden betaald, en vervolgens
    • 1% per dag voor elke volgende werkdag, tot een maximum van 50% van het loon

    De rechter kan de verhoging beperken tot een lager bedrag (bijvoorbeeld 10% of 15%). De werkgever hoeft de verhoging niet te betalen als hij kan aantonen dat de vertraging niet aan hem te wijten is.

    loon in natura

    Behalve in geld kan de werkgever zijn werknemers ook ‘in natura’ belonen, dat wil zeggen: op een andere manier dan in geld. De werkgever kan dit loon in natura aan zijn werknemer verstrekken of ter beschikking stellen. In het eerste geval wordt de werknemer eigenaar en in het tweede geval blijft de werkgever eigenaar. Ook al wordt loon in natura niet in geld uitbetaald, het is wel een voordeel uit de dienstbetrekking en wordt daarom ook belast voor de loonheffingen.

    In het Handboek Loonheffingen staat precies wat onder loon in natura valt.

     

    loonheffingen

    De werkgever houdt elke maand loonheffingen in op het salaris van werknemers. De loonheffingen bestaan uit de volgende heffingen:

    • loonbelasting
    • premie volksverzekeringen (AOW, Anw, Wlz, AKW)
    • premies werknemersverzekeringen
    • inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet

    De loonbelasting is een voorheffing op de inkomstenbelasting. Ook houdt de werkgever de premie voor de volksverzekeringen in op het loon en betaalt deze aan de Belastingdienst. Voor de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) hoeft de werkgever geen premie te betalen. De loonbelasting en de premie volksverzekeringen samen noemt men de loonheffing.

    Daarnaast draagt de werkgever premies werknemersverzekeringen (WW, WAO en WIA, die op dit moment geen werknemersdeel kennen) en de werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (Zvw) af aan de Belastingdienst. Is de werkgever geen werkgeversheffing Zvw verplicht, dan houdt hij een bijdrage Zvw op het nettoloon van de betreffende werknemer(s) in en draagt deze af aan de Belastingdienst. Al deze heffingen vormen samen de loonheffingen.

    Kijk voor de actuele stand van zaken en regelmatige updates, zoals de Nieuwsbrief Loonheffingen en het Handboek Loonheffingen, op Belastingdienst.nl.

    loonbeslag

    Als een werknemer zijn persoonlijke financiële verplichtingen niet nakomt, kan een deurwaarder met een vonnis van de rechter beslag leggen op (een deel van) zijn salaris. De werkgever is wettelijk verplicht aan dit loonbeslag mee te werken.

    beslagvrije voet

    De deurwaarder kan geen beslag leggen op het volledige salaris van de werknemer. De werknemer heeft recht op de beslagvrije voet. Dat is het deel van het loon dat hij mag houden voor levensonderhoud en vaste lasten. De beslagvrije voet is in beginsel 90% van de toepasselijke bijstandsnorm. Daarnaast wordt in de beslagvrije voet rekening gehouden met woonkosten, premie ziektekostenverzekering en mogelijk andere inkomsten van de werknemer en zijn eventuele partner.  De werkgever moet het verschuldigde loon na aftrek van de beslagvrije voet overmaken aan de gerechtsdeurwaarder.

    Meer informatie over loonbeslag en de hoogte van de beslagvrije voet staat op Uwbeslagvrijevoet.nl. Ook op de website van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders en Nibud staat veel informatie voor werknemers die met loonbeslag te maken krijgen.