de inlener

Een flexwerker is feitelijk werkzaam bij de opdrachtgever ofwel inlener, maar er bestaat tussen hen geen overeenkomst. Toch is de inlener verantwoordelijk voor de instructie en begeleiding van de flexwerker op de werkplek. De inlener moet de flexwerker bovendien net zo (goed) behandelen als zijn eigen personeel.

op deze pagina

    Tussen het uitzendbureau en de inlener worden contractuele afspraken gemaakt over de inzet van flexwerkers. Algemene voorwaarden maken hier doorgaans deel van uit. Randstad hanteert de Algemene Voorwaarden voor het werven, selecteren en ter beschikking stellen van arbeidskrachten van Randstad, waarvan de meest recente versie dateert van 30 maart 2015.

    afspraken tussen inlener en uitzendbureau

    Voordat de flexwerker bij de inlener aan de slag gaat, spreken uitzendbureau en inlener bepaalde zaken af. Deze afspraken worden vastgelegd in een opdrachtbevestiging.

    aansprakelijkheid van de inlener

    De inlener heeft de leiding en het toezicht over het werk van de flexwerker en diens werkomstandigheden. Een uitzendbureau heeft hier geen invloed op. Dit betekent dat de inlener verantwoordelijk is voor het werk en voor de veiligheid op de werkplek. Voor wat betreft de veiligheid is bijvoorbeeld in de Arbowet geregeld dat de inlener is aan te merken als ‘werkgever’ in de zin van die wet.
    In het verlengde van deze verantwoordelijkheden is de inlener ook aansprakelijk als zich schade voordoet. Hij dient het uitzendbureau daarvoor te vrijwaren.

    het in dienst nemen van een flexwerker

    De inlener mag een rechtstreekse arbeidsverhouding aangaan met de aan hem voorgestelde of al bij hem werkzame flexwerker als de uitzendovereenkomst tussen de flexwerker en de uitzendonderneming is geëindigd. De al gewerkte periode telt dan mee voor de berekening van de proeftijd.
    De meeste bureaus hanteren een ‘overnameregeling’. Dat houdt in dat de werkgever het bureau een vergoeding verschuldigd is als hij de flexwerker zelf in dienst neemt vóór het einde van de opdracht of – bij opdrachten voor onbepaalde tijd – vóórdat deze een bepaald aantal uren via het uitzendbureau heeft gewerkt. Deze vergoeding bedraagt in de regel een percentage van het tarief voor de resterende duur van de opdracht (bij een opdracht voor bepaalde tijd) of de resterende uren tot de minimale urennorm voor kosteloze overname.
    Vrijwel alle uitzendbureaus kennen een dergelijke regeling. De urengrens en percentages/fees kunnen verschillen per bureau.

    Zaken als het in dienst nemen van een flexwerker of de betaling aan het uitzendbureau zijn niet geregeld in de ABU-voorwaarden. Uitzendbureaus hanteren voor deze onderwerpen veelal een eigen regeling.

    betaling aan het uitzendbureau

    De afspraken tussen het uitzendbureau en de inlener over betaling betreffen de wijze waarop de gewerkte uren worden verantwoord en geaccordeerd (handmatig of digitaal bijvoorbeeld), de wijze van factureren en de betalingstermijn. Omdat uitzendbureaus flexwerkers doorgaans wekelijks uitbetalen – en dus in feite het salaris van de flexwerkers voorfinancieren – hanteren veel bureaus een betalingstermijn van veertien dagen.

    opdrachtbevestiging

    Voordat een flexwerker bij de inlener aan de slag gaat, moet een aantal zaken worden afgesproken: bijvoorbeeld de functie, de duur van de opdracht en het tarief. Het uitzendbureau zal deze afspraken in het algemeen schriftelijk of digitaal aan de inlener bevestigen in de opdrachtbevestiging.

    duur van de uitzendopdracht

    Het uitzendbureau stemt de duur van de opdracht zo goed mogelijk af met de inlener. Er zijn twee mogelijkheden:

    • een opdracht voor bepaalde tijd
      Hierbij kan alleen van de overeengekomen periode worden afgeweken, als dat uitdrukkelijk (schriftelijk) wordt afgesproken. Er geldt dan een opzegtermijn.
    • een opdracht voor onbepaalde tijd
      Hierbij geldt dat altijd kan worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn, tenzij juist is afgesproken dat dat niet kan.

    De opzegtermijn voor uitzendopdrachten kan per uitzendbureau verschillen. Het uitzendbureau mag de flexwerker vervangen of de opdracht beëindigen als daar gegronde redenen voor zijn. Bijvoorbeeld als de uitzendovereenkomst met de flexwerker eindigt of als de inlener de factuur niet op tijd betaalt.

    tarief

    Het tarief dat de inlener aan het uitzendbureau moet betalen, omvat de loonkosten van de flexwerker over de normale uren en een bureaumarge voor overheadkosten en winst. Toeslagen zitten hier doorgaans niet in, evenmin als atv, vergoedingen voor beschikbaarheidsdiensten en dergelijke. Daarnaast worden de aan de flexwerker verschuldigde kostenvergoedingen, zoals reiskosten, (doorgaans apart) aan de inlener doorberekend. Over het tarief is omzetbelasting (btw) verschuldigd.

    btw-aftrek voor gemeenten en provincies

    Gemeenten en provincies komen in aanmerking voor btw-aftrek als zij optreden als ondernemer. Lenen zij flexwerkers in voor de uitvoering van werkzaamheden die behoren tot hun overheidstaak dan kunnen zij geen btw aftrekken. Om de verstorende invloed van dit gebrek aan aftrek zoveel mogelijk weg te nemen, is het btw-compensatiefonds opgericht. Via dit fonds kunnen (onder meer) gemeenten en provincies de omzetbelasting terugvragen die ze over deze diensten hebben betaald. In veel gevallen betekent dit een kostenbesparing van 21% in verband met de btw-compensatie.

    Een uitzendbureau stelt een flexwerker ter beschikking aan de gemeente. De flexwerker is werkzaam op de afdeling die de uitgifte van paspoorten verzorgt. Het uitzendbureau factureert de gemeente inclusief 21% btw. De gemeente kan de in rekening gebrachte btw op grond van het btw-compensatiefonds in aftrek brengen, omdat de uitgifte van paspoorten een overheidstaak is. Per saldo bestaan de kosten voor de gemeente dus uit de factuur van het uitzendbureau exclusief btw.

    urenverantwoording en factuur

    De flexwerker declareert zijn uren (en eventuele onkosten) bij het uitzendbureau doorgaans door middel van een (digitale) declaratie (urenverantwoording). De inlener moet deze controleren, zodat het uitzendbureau weet dat de declaratie correct is en het loon aan de flexwerker betaald kan worden.

    Wanneer de inlener de urenverantwoording digitaal aanlevert, krijgt de flexwerker van de inlener inzicht in zijn declaratie voordat de inlener de urenverantwoording naar het uitzendbureau stuurt. De flexwerker heeft inzage in de betalingen door middel van loonspecificaties. Deze worden bij Randstad – in de week waarin verloond is – beschikbaar gesteld in een persoonlijk (internet)account. Aan de hand van de (digitale) declaratie(s) stelt het uitzendbureau vervolgens een (digitale) factuur op voor de inlener.