flexibele arbeidsrelaties

op deze pagina

    Werknemers vinden keuzevrijheid van werk belangrijk en kiezen daardoor steeds vaker voor (een vorm van) flexibel werken. Op de arbeidsmarkt neemt het aandeel personen met een flexibele arbeidsrelatie dan ook toe. Naast flexwerkers (uitzendkrachten en gedetacheerden) behoren ook tot deze groep oproepkrachten, payrollers, vakantiewerkers en seizoenarbeiders. Andere flexibele arbeidsrelaties zijn de zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) en freelancers. Zij werken niet op basis van een arbeidsovereenkomst.

    versterking rechtspositie van flexwerkers: Wwz

    De Wet werk en zekerheid (Wwz) heeft het arbeidsrecht in 2015 op een aantal terreinen behoorlijk gewijzigd. Het doel van de wet was om de rechtspositie van flexwerkers te versterken. Daarnaast is het ontslagrecht aangepast. Zo is onder meer afgesproken:

    • dat er per 1 januari 2015 bij tijdelijke contracten van zes maanden of minder geen proeftijd meer is
    • dat alleen onder bijzondere voorwaarden een concurrentiebeding kan worden opgenomen
    • dat de periode dat de werkgever de loondoorbetalingsplicht voor oproepkrachten in de eerste zes maanden kan uitsluiten in de arbeidsovereenkomst, voortaan alleen bij cao mag worden verlengd
    • dat per 1 juli 2015 volgens de CAO voor Uitzendkrachten – om na fase A die 78 gewerkte weken duurt – in fase B geen acht maar zes opvolgende overeenkomsten kunnen worden gesloten in vier jaar
    • dat werknemers met opeenvolgende tijdelijke contracten eerder aanspraak maken op een vast contract
    • iedereen die minimaal twee jaar in dienst is geweest bij de werkgever (contractvorm irrelevant) en onvrijwillig vertrekt, krijgt een transitievergoeding. Ook na een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.