transitievergoeding

op deze pagina

    De werkgever is verplicht een transitievergoeding te betalen aan een werknemer die twee jaar of langer in dienst is geweest en waarvan de arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd of door ontbinding via de kantonrechter eindigt. Ook als de arbeidsovereenkomst met de werknemer eindigt door opzegging met een ontslagvergunning van UWV moet de werkgever deze vergoeding betalen.

    Dit geldt dus zowel voor vaste als tijdelijke werknemers waarvan de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever niet wordt voortgezet. De werknemer kan deze vergoeding gebruiken voor (om)scholing naar ander werk of outplacement, maar is daartoe niet verplicht. De transitievergoeding moet binnen een maand na de einddatum aan de werknemer worden uitbetaald.

    Tot 1 juli 2015 kon de rechter bij een ontbinding van de arbeidsovereenkomst een vergoeding vaststellen. Vaak betekende dit dat de werkgever een ontslagvergoeding (ofwel gouden handdruk) volgens de kantonrechtersformule aan de werknemer moest betalen. Met de invoering van de Wet werk en zekerheid (Wwz) is deze ontslagvergoeding per 1 juli 2015 vervangen door een transitievergoeding.

    hoogte van de transitievergoeding

    De hoogte van de transitievergoeding is afhankelijk van het salaris en het aantal jaren dat de werknemer in dienst is geweest. Per 1 januari 2017 bedraagt de transitievergoeding maximaal € 77.000 of, bij een hoger salaris dan € 77.000, maximaal een jaarsalaris. Over de transitievergoeding moet de werkgever loonheffing inhouden en afdragen aan de Belastingdienst. De hoogte van de transitievergoeding is als volgt:

    • bij minder dan tien dienstjaren: een zesde maandsalaris per half dienstjaar
    • bij meer dan tien dienstjaren: een kwart maandsalaris per half dienstjaar voor werknemers onder de 50 en een half maandsalaris per half dienstjaar voor werknemers ouder dan 50
    • minder dan 25 werknemers in dienst? Dan geldt tot 2020 een overgangsregeling. Bij beëindiging vanwege bedrijfseconomische omstandigheden, kunt u uitgaan van het dienstverband gerekend vanaf 1 mei 2013
    • de vergoeding bedraagt maximaal € 77.000 of maximaal een jaarsalaris indien dit hoger is

    Bij de duur van een dienstverband gaat men uit van hele periodes van zes maanden dienstverband. Iemand die bijvoorbeeld zeven jaar en tien maanden in dienst was, heeft recht op een transitievergoeding over zeven jaar en zes maanden (in totaal vijftien hele periodes van zes maanden).

    Op Randstad.nl staan duidelijke voorbeelden voor de berekening van de transitievergoeding.
    Op mijnwerkenzekerheid.nl staat een hulpmiddel waarmee de werkgever kan nagaan of zijn werknemer recht heeft op een transitievergoeding. Ook wordt aangegeven hoe hoog die vergoeding is.

    overgangsregeling voor 50-plussers

    Tot 1 januari 2020 is er een overgangsregeling voor werknemers van 50 jaar of ouder. Als de werknemer 50 jaar of ouder is en een dienstverband van tien jaar of langer heeft, krijgt hij vanaf het bereiken van de 50-jarige leeftijd een vergoeding van een maandsalaris per dienstjaar. Dit geldt niet voor organisaties met minder dan 25 werknemers in dienst.

    wetsvoorstel

    Er komt een compensatieregeling voor werkgevers die na twee jaar ziekte van een werknemer een transitievergoeding moeten betalen. Hiervoor is een wetsvoorstel in de maak. De werkgever wordt uit het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf, waaruit de WW wordt betaald) gecompenseerd voor de vergoeding die hij moet betalen bij het ontslag van een langdurig zieke werknemer. Hier staat een verhoging van de uniforme Awf-premie tegenover. Ook krijgen cao-partijen meer ruimte om af te wijken van de transitievergoeding die betaald moet worden bij ontslag om bedrijfseconomische redenen. Wel moet de cao voorzien in een redelijke financiële vergoeding of in voorzieningen die de kans op nieuw werk vergroten. Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, zal UWV de regeling gaan uitvoeren. Het is de bedoeling dat de nieuwe regeling op 1 januari 2019 ingaat en dat de compensatie dan met terugwerkende kracht tot 1 juli 2015 toegekend wordt. De Eerste en Tweede Kamer moeten het wetsvoorstel nog goedkeuren.

    geen transitievergoeding

    De werkgever hoeft geen transitievergoeding te betalen:

    • bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden
    • als het ontslag het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer
    • als de werknemer onder de 18 jaar is en maximaal twaalf uur per week werkt
    • als de werknemer de AOW-leeftijd heeft
    • bij faillissement, surseance van betaling of als de werkgever in de schuldsanering zit
    • als in een cao een ‘gelijkwaardige voorziening’ is opgenomen
    • als de werknemer vóór het (van rechtswege) eindigen van een tijdelijke arbeidsovereenkomst een volgende tijdelijke arbeidsovereenkomst is aangegaan met de werkgever. Voorwaarde daarbij is dat de nieuwe arbeidsovereenkomst binnen zes maanden ingaat na het eindigen van de vorige arbeidsovereenkomst (en tussentijds kan worden opgezegd).

    collectieve afspraken over transitievergoedingen

    Bij cao kan worden afgeweken van de regeling over de transitievergoeding. De werknemer heeft in dat geval geen recht op een transitievergoeding, maar op de cao-voorziening. Dit moet dan wel gaan om een gelijkwaardige regeling.

    andere ontslagvergoedingen

    Als de rechter van mening is dat de werkgever ernstig verwijtbaar is aan het ontslag, kan hij naast de transitievergoeding ook een billijke vergoeding toekennen aan de werknemer. Ook kunnen werkgever en werknemer bij ontslag met wederzijds goedvinden afspraken maken voor een andere ontslagvergoeding dan de transitievergoeding. Dit leggen zij dan vast in een vaststellingsovereenkomst. 

    Meer weten over de transitievergoeding? Bekijk de video: ‘alles over de transitievergoeding’.