opzegtermijn

Bij het beëindigen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd moeten werkgever en werknemer allebei een wettelijke opzegtermijn in acht nemen. Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is in het algemeen geen sprake van een opzegtermijn.

op deze pagina

    wettelijke opzegtermijn

    Voor de werknemer bedraagt de wettelijke opzegtermijn een maand. Voor de werkgever is de wettelijke opzegtermijn afhankelijk van de duur van het dienstverband.

    wettelijke opzegtermijn werkgevers bij beëindiging arbeidsovereenkomst: Voor de werkgever is de wettelijke opzegtermijn afhankelijk van de duur van het dienstverband

    afwijken van de wettelijke opzegtermijn

    Van de wettelijke opzegtermijn kan schriftelijk worden afgeweken. Werkgever en werknemer mogen dus ook een langere opzegtermijn voor de werknemer afspreken, tot maximaal zes maanden. In dat geval moet de opzegtermijn voor de werkgever het dubbele zijn.

    Geldt voor de werknemer een opzegtermijn van vier maanden, dan is de opzegtermijn voor de werkgever acht maanden.

     
    Deze dubbele opzegtermijn kan alleen bij cao worden verkort. Voorwaarde daarbij is wel dat de opzegtermijn voor de werkgever niet korter is dan voor de werknemer.

    opzegdag

    Werkgever en werknemer moeten uiterlijk voor het einde van de maand hebben opgezegd.

    De werknemer heeft een opzegtermijn van twee maanden. Hij zegt het dienstverband op 17 juli op. De opzegtermijn loopt dan tot en met 30 september.

    Er zijn enkele uitzonderingen:

    • als werkgever en werknemer in de arbeidsovereenkomst een andere dag hebben afgesproken
    • als in de cao een andere dag is aangewezen
    • als door gebruik een andere opzegdag standaard is geworden.

    geen opzegtermijn

    Als er een dringende reden is die een ontslag op staande voet rechtvaardigt, bijvoorbeeld in geval van verduistering, geldt geen opzegtermijn. Ook bij opzegging in de proeftijd hebben werkgever en werknemer geen opzegtermijn.

    opzegtermijn niet in acht genomen

    Hebben werkgever of werknemer zich niet aan de opzegtermijn gehouden, dan wordt deze opzegging daardoor onregelmatig. Bij een onregelmatige opzegging is het mogelijk dat de werknemer of werkgever een schadevergoeding aan de andere partij moet betalen. Die kunnen zij dan via de kantonrechter vorderen. De schadevergoeding is in principe gelijk aan het loon dat de werkgever had moeten betalen als de juiste opzegtermijn in acht was genomen.

    De werkgever zegt op 13 januari het dienstverband met de werknemer op. Hij zegt dat de werknemer op 1 februari moet vertrekken. De werknemer was toen drie jaar in dienst. Volgens de wettelijke opzegtermijn mag de werkgever het dienstverband dus pas op 1 maart beëindigen. Hij moet de werknemer daarom een vergoeding betalen ter hoogte van het loon van een maand.

    De mogelijkheid tot schadevergoeding verjaart zes maanden nadat de arbeidsovereenkomst feitelijk beëindigd is.