werken en leren

De combinatie van leren en ervaring in de praktijk opdoen bereidt leerlingen en studenten voor op hun toekomstige baan. Praktijkleren bij een erkend leerbedrijf, stage lopen of een afstudeeropdracht doen: voor elk niveau bestaan er manieren om werken en leren te combineren.

op deze pagina

    leerwerktraject (vmbo) en beroepspraktijkvorming (mbo)

    Om voortijdig schoolverlaten terug te dringen, worden binnen het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) programma’s ontwikkeld in de vorm van leerwerktrajecten. Sommige mbo-leerlingen raken meer gemotiveerd door onderwijs dat wordt gegeven in directe samenhang met de beroepspraktijk.

    leerwerktraject en stage

    Leerlingen kunnen in de basisberoepsgerichte leerweg een leerwerktraject volgen. Zij krijgen hierdoor een grotere kans om in te stromen op niveau 2 van het mbo en dus een startkwalificatie (havo-, vwo-, mbo-diploma niveau 2 of hoger) te behalen.

    Daarnaast bieden de vier leerwegen in het vmbo verschillende soorten stages aan, zoals een snuffelstage, arbeidsoriënterende stage, beroepsvoorbereidende stage of een interne stage. De school kan helpen bij het vinden van een stage, maar dit is niet verplicht. Via de website stagemarkt.nl kunnen leerlingen zelf zoeken naar erkende leerbedrijven.

    Bedrijven die willen meewerken aan leerwerktrajecten of stages moeten ervoor zorgen dat zij een erkend leerbedrijf worden. Daarvoor kunnen ze contact opnemen met de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB).

    beroepspraktijkvorming (bpv)

    Het leren van een vak in de praktijk, de beroepspraktijkvorming (bpv) ofwel praktijkonderwijs, vormt een belangrijk onderdeel van de twee leerwegen – de beroepsopleidende leerweg en de beroepsbegeleidende leerweg – in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Leerlingen van een beroepsopleidende leerweg (bol) moeten tussen de 20% en 60% van hun studieduur doorbrengen in de praktijk, voor leerlingen van een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) is dit 60% of hoger.

    erkend leerbedrijf

    Een bedrijf dat een leerling wil opleiden, moet eerst een erkend leerbedrijf worden. Daarvoor moet het bedrijf voldoen aan de voorwaarden die de Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) geeft voor de erkenning als leerbedrijf. Zo moet het bedrijf:

    • een praktijkopleider aanstellen die de eisen van de opleiding kent en de leerling kan begeleiden en coachen
    • zorgen voor een goede en veilige werkplek die aansluit bij de opleiding van de leerling
    • samenwerken met de onderwijsinstelling en SBB en de benodigde informatie verstrekken
    • akkoord gaan met de vermelding van de bedrijfsgegevens in het register van erkende leerbedrijven van SBB

    Een bedrijf dat aan deze voorwaarden voldoet, krijgt een erkenning als leerbedrijf en kan herkend worden aan het certificaat Erkend Leerbedrijf. De erkenning, die in principe binnen tien werkdagen wordt afgegeven, geldt voor een periode van vier jaar en wordt daarna verlengd als het leerbedrijf dat wil en nog steeds aan de voorwaarden voldoet. De gegevens van alle erkende leerbedrijven staan op stagemarkt.nl.

    praktijkovereenkomst en vergoeding

    Als een leerling in de praktijk gaat werken, sluit hij eerst een praktijkovereenkomst met de school en het leerbedrijf. De praktijkovereenkomst regelt in elk geval de duur van de overeenkomst, de periode van de stage, de leerdoelen en eindtermen, de eventuele vergoeding en de beoordeling.

    Vaak krijgt een bbl-leerling een echt salaris en een bol-leerling een stagevergoeding (dit is in veel cao’s geregeld). Een bbl-leerling werkt doorgaans drie à vier dagen in de week bij een leerwerkbedrijf, een bol-leerling volgt meer theorielessen op school. Een ander belangrijk verschil tussen bol- en bbl-leerlingen is dat de bbl-leerlingen naast de praktijkovereenkomst een arbeidsovereenkomst kunnen aangaan. De leerling wordt dan in dienst genomen door het bedrijf en ontvangt salaris.

    Bol-leerlingen krijgen een stageovereenkomst. Zij worden dus niet in dienst genomen door het bedrijf, maar hebben in de meeste gevallen wel recht op een stagevergoeding. In de onderwijswetgeving is niets geregeld over de stagevergoeding of het salaris van een stagiair in het mbo. Soms staat er meer informatie in de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) van de sector waarin de leerling stage gaat lopen. De hoogte van de stagevergoeding is meestal afhankelijk van de duur van het traject, het aantal dagen dat de leerling werkt, de studierichting, de soort en inhoud van de leerwerkplek. Bij vier dagen in de week werken, kan men uitgaan van € 182 bruto per maand en bij vijf dagen per week van € 227 bruto per maand. Bij een meeloopstage is de kans dat de leerling geen vergoeding krijgt groter dan bij een meewerkstage.

    subsidieregeling praktijkleren

    Werkgevers van medewerkers die een bbl-traject volgen, komen in aanmerking voor de Subsidieregeling praktijkleren.

    duale opleidingen, stage en afstudeeropdracht (hbo/wo)

    Vanuit het hoger onderwijs (hbo/wo) worden diverse duale opleidingen aangeboden. Deze hebben een theoretisch en een praktisch gedeelte. Het praktische gedeelte bestaat uit een echte baan.

    Studenten in het hoger onderwijs kunnen ook een stage lopen in het kader van hun studie. Op die manier doen zij praktijkervaring op in een arbeidsorganisatie.

    duale opleiding: studiepunten en een onderwijsarbeidsovereenkomst

    Meer algemene informatie over duale opleidingen is verkrijgbaar bij hogescholen, universiteiten en brancheorganisaties. Op duaalopleidingen.nl staat een overzicht van alle duale opleidingen in Nederland.

    De duale student krijgt studiepunten, maar heeft ook een normale arbeidsovereenkomst: de werkgever, de onderwijsinstelling en de werknemer-student sluiten gedrieën een onderwijsarbeidsovereenkomst. Hij ontvangt dan ook geen stagevergoeding maar een salaris. Binnen het bedrijf of de instelling krijgt de duaal student taken opgedragen waarvoor hij de verantwoordelijkheid draagt. Daarbij wordt hij begeleid vanuit het bedrijf en vanuit de school. Alleen tijdens de studieperiode ontvangt de student studiefinanciering. Het diploma van de duale opleiding is gelijk aan dat van de reguliere opleiding.

    stages en afstudeeropdrachten in het hoger onderwijs

    Het hoger onderwijs kent verschillende stages, afhankelijk van de opleiding die iemand volgt. Bij sommige studies kan men meerdere stages lopen, bij andere studies bestaat alleen de mogelijkheid tot een afstudeerstage of een meeloopstage.

    • Snuffelstage: oriëntatiestage in het eerste studiejaar van het hbo, in duur variërend van een halve maand tot twee maanden. Het doel is kennismaken met het vak waarin de student na zijn studie komt te werken.
    • Meeloopstage: ervaringsstage in het tweede of derde studiejaar van het hbo of wo, die een blok of een trimester duurt. Het belangrijkste doel is om te leren hoe de student zijn kennis kan gebruiken in de praktijk. De ervaringsstage is ook handig als oriëntatie op de verschillende afstudeerrichtingen.
    • Afstudeer- of onderzoeksstage: stage in het laatste jaar van de opleiding. In het hbo bestaat de afstudeerstage meestal uit een praktijkopdracht voor een organisatie. Over deze praktijkopdracht moet een stageverslag geschreven worden. Een afstudeerstage kan ook bestaan uit het doen van een onderzoek of het maken van een analyse. Over het onderzoek schrijft de student dan een afstudeerscriptie. Dit gebeurt meestal in het wo. De stageperiode varieert meestal van zes weken tot een jaar.

    De afstudeeropdrachten variëren van praktijkgericht tot theoretisch. Voorbeelden zijn het doen van marktonderzoek, het organiseren van een beurs, het analyseren van bedrijfsprocessen en het opstellen van een advies.

    stageorganisatie

    Aan stageorganisaties worden lang niet altijd formele eisen gesteld. Wel is het belangrijk dat tijd voor de studenten wordt vrijgemaakt en dat ze de juiste begeleiding krijgen. Het is handig als de student één aanspreekpunt binnen de organisatie heeft. Verder wordt een eigen werkplek voor de student op prijs gesteld. Meestal worden afspraken vastgelegd in een stageovereenkomst.

    stageovereenkomst

    In de stageovereenkomst kunnen de rechten en plichten van de werkgever en de leerling worden vastgelegd. Een stageovereenkomst is niet hetzelfde als een arbeidsovereenkomst. Dat hangt af van drie zaken:

    • het werk van de stagiair is voornamelijk gericht op het uitbreiden van de eigen kennis en het opdoen van ervaring in het kader van een bepaalde opleiding
    • de stagiair krijgt geen loon, maar ontvangt een stagevergoeding of een (onkosten)vergoeding voor de werkelijke kosten
    • de hoogte van de stagevergoeding moet ‘normaal’ zijn

    Als een stageovereenkomst te veel gaat lijken op een arbeidsovereenkomst, kan dat problemen opleveren met de loonheffing.

    In de stageovereenkomst kunnen de volgende zaken staan:

    • naam en adres van de stagiair, de werkgever en de opleidingsinstantie
    • de geboortedatum van de stagiair
    • de opleiding die de stagiair volgt
    • de begin- en einddatum van de stage
    • het aantal uren per week dat de stagiair werkt
    • de hoogte van de stagevergoeding
    • de onkosten- en reiskostenvergoedingen
    • het aantal vakantie- en verlofdagen
    • de begeleiding op de werkplek
    • de plicht van de stagiair om zich te houden aan de regels van de organisatie
    • bescherming tegen risico’s door werkgever en stagiair
    • de aansprakelijkheid
    • hoe en wanneer de overeenkomst vroegtijdig kan worden ontbonden

    Een stageovereenkomst eindigt normaal gesproken aan het einde van de afgesproken periode. Alleen bij bijzondere omstandigheden kan de overeenkomst vroegtijdig worden ontbonden, bijvoorbeeld omdat de stageopdracht eerder is afgerond, de stagiair niet op zijn plek is binnen het bedrijf of omdat de stagiair wangedrag vertoont.

    in dienst na stage

    Als de stagiair goed bevalt, kan de werkgever ervoor kiezen om hem in dienst te nemen. In de arbeidsovereenkomst mag dan geen proeftijd meer worden opgenomen, tenzij de werkzaamheden van de stagiair veranderen.

    stagevergoeding

    Een organisatie is niet verplicht de stagiair een vergoeding te geven, tenzij dit in de cao is geregeld. Toch geven de meeste bedrijven en instellingen wel een bepaald bedrag per maand. De hoogte daarvan is afhankelijk van een aantal zaken, zoals de duur van de stage, het opleidingsniveau, de studierichting, de soort en inhoud van de stage. Het gemiddelde voor hbo’ers bedraagt circa € 130 tot € 230 bruto per maand voor een meeloopstage en voor wo’ers en hbo’ers die een afstudeerstage doen circa € 225 tot € 450 bruto per maand.